De hulp in beeld

De hulp in beeld

In Zuid-Soedan, Noordoost-Nigeria, Somalië, Jemen, Ethiopië, Niger, Kenia en Uganda zijn hulpverleners actief met onder andere Giro555-geld. Onderstaande verhalen schetsen een beeld vanuit het werkveld: welke hulp wordt er gegeven en wat is de situatie in de landen van de slachtoffers van de hongercrisis.

 

 

Zuid-Soedan

Patut, een oudere vrouw, is in april met haar kleinkinderen gevlucht van Kodok naar Aburoc vanwege aanhoudende conflicten. Bij aankomst kon ze alleen onder een boom verblijven zonder enige bedekking. Andere vluchtelingen verzamelden brandhout om een klein beetje geld te verdienen, maar Patut is te oud om lange afstanden te lopen. In mei deelde Cordaid in samenwerking met het World Food Program voor het laatst voedsel uit, maar die rantsoenen waren slechts voldoende voor twee weken.

Patut in in Aburoc.

Sindsdien deelt Cordaid voedselvouchers uit, die ingeruild kunnen worden op de markt voor voedsel. Hoewel de markt in Aburoc door geweldsconflicten niet meer bestaat, heeft Cordaid met lokale marktverkopers afgesproken dat zij voedselvoorraden kunnen leveren. Patut is dankbaar voor de hulp die aan haar en haar familie geboden wordt. Ondanks de hulp, voelt Patut het als een grote last om voor zichzelf en haar kleinkinderen te zorgen zonder enige vorm van inkomen. Toch is ze vastberaden. Onlangs heeft Patut zeildoeken gekregen van een andere organisatie. Zij kan nu met haar kleinkinderen in een tijdelijke schuilplaats verblijven.

Bron: Cordaid

Somalië

Abdullahi Mohamed Dirive in Bahdo Town.

“Ik heet Abdullahi Mohamed Dirive. Ik ben 71 jaar en ik woonde in het dorpje Dhumoodle met mijn familie tot november 2016. Ik ben 310 geiten verloren door de droogte, en daarom zijn we naar dit vluchtelingenkamp gegaan in Bahdo Town.

Nadat mijn eigen laatste middelen op zijn gegaan, ben ik spullen gaan lenen van vrienden en familie, wat tot een schuld heeft geleid. Ik vertrouwde erop dat mijn overgebleven geiten er wel voor zouden zorgen dat ik mijn schuld kon afbetalen. Maar mijn hoop is vrijwel verdwenen nu het zo extreem droog is en geen van mijn dieren het heeft overleefd.

Ik wil jullie organisatie en de mensen die gedoneerd hebben, bedanken voor de assistentie die we hebben gekregen in Bahdo. Ik heb $100 gekregen via een mobiele cashtransfer en de komende twee maanden ontvangen we eenzelfde bedrag. Het is nog een lange weg om onze levensstandaard weer wat op te krikken. Met wat ik vandaag heb ontvangen, los ik $20 van mijn schuld af bij de lokale kiosk en koop ik levensmiddelen voor mijn familie. Jullie hebben echt een grote last van onze schouders gehaald.”

Bron: ICCO

Hawa en haar zoontje Abdullahi in het stabilization centre in Dharkeyn.

Hawa kijkt bezorgd naar haar 6-maanden oude zoontje Abdullahi. Het jongetje was ernstig ondervoed en moeder Hawa wist niet waar ze met haar zieke kindje heen kon gaan totdat ze het Save the Children Nutrition team ontmoette. Zij hebben ze doorverwezen naar het stabilization centre in Dharkeyn voor verder onderzoek en behandeling.

“Voorheen hadden we heel veel vee, maar dat was voor de droogte. Ons leven was zoveel beter, maar door de droogte zijn we een groot deel van het vee verloren en hadden we niet genoeg eten meer om onze kinderen te voeden. Ik ben mijn zoontje bijna verloren, hij was zelfs in coma toen hij naar dit centrum werd gebracht. Hij kon amper bewegen, was zo zwak en zwaar ondervoed. Hij is nu gelukkig herstellende en voelt zich veel beter. Het lucht heel erg op en ik ben dankbaar voor alle hulp en behandelingen die we hier hebben gekregen.”

Bron: Save The Children

Noordoost-Nigeria

Farida (rechts).

Pulka is een grote gemeenschap die getroffen is door het huidige gewapende conflict in het Noordoosten van Nigeria. Oxfam is de enige organisatie die ter plaatse mensen helpt met onder meer geld, veilige watervoorzieningen en sanitaire voorzieningen.

Farida is onlangs teruggekeerd naar Pulka.  Zij is momenteel gescheiden van haar familie – haar man en zonen wonen in haar woonplaats Ngoshe, ongeveer 30 minuten rijden van Pulka – en weet niet of en wanneer ze met hen zal worden herenigd. “Tijdens een gewelddadige aanval op mijn dorp ongeveer 6 maanden geleden, ging ik naar het bos om wat brandhout te halen, daar zat ik uiteindelijk drie dagen vast. Kameroense militairen hebben me gevangen, gedwongen in hun vrachtwagen plaats te nemen en me naar Banki gebracht, zonder dat ik dat wilde”, aldus Farida. Drie van haar adolescente dochters in de leeftijden van 10, 12 en 13 werden ongeveer 4 jaar geleden door de gewapende groep gevangen en gedwongen te trouwen met leden van de groep. De twee jongste dochters werden gedood door een explosie tijdens een militair offensief.

“Voor de onrust was ik een succesvolle boerin en mijn man werkte voor het federale programma voor landbouwontwikkeling. Wij zijn dankbaar, omdat Oxfam drinkwater levert en veel nuttige materialen, zoals handdoeken, menstruatiekits, hoofddeksels, ondergoed, lampen op zonne-energie en vele andere dingen.”

Bron: Oxfam Novib

Ethiopië

Mulu

De aanhoudende droogte in het Tselemt-gebied zorgt voor voedseltekorten wat vervolgens heeft geleid tot een uitbraak van mazelen met enkele doden tot gevolg, waaronder de dochter van Mulu (55 jaar oud en moeder van 6 kinderen). Haar overleden dochter had net zelf een dochtertje gekregen, waarvoor Mulu nu moet zorgen. Ze dacht te weten wat goed eten was voor de baby en gaf haar geitenmelk, thee, pap, allemaal gemixt met fenegriek. Haar kleindochter moest echter niets van deze voeding hebben en at daardoor extreem weinig. Tijdens deur-aan-deur bezoeken uitgevoerd door Plan gezondheidsmedewerkers, werd Mulu geïnformeerd over de kliniek waar ze langs kon gaan om de baby te laten checken en eventueel voedingsadvies en medicijnen te krijgen. Hier kwam zij er voor het eerst achter dat baby’s tot 6 maanden alleen maar borstvoeding dienen te krijgen of in geval van het overlijden van de moeder een vervangende poedermelk. De baby was zwaar ondervoed met een gewicht van 5,9 kilo en een bovenarmomtrek van 8,5e cm bij 5,5 maand oud. Met medicijnen en aanvullende voeding heeft Mulu met de baby gerustgesteld de kliniek kunnen verlaten.

“Na twee maanden aanvullende voeding zag ik al verbetering: haar gezichtje werd geleidelijk aan voller en gezonder.”

Na twee maanden bezocht Mulu de ziektepost weer en was haar kleindochter aangekomen tot een acceptabel gewicht. Om vol te houden dat ze gezond doorgroeit werden Mulu en haar kleindochter opgenomen in het voedselprogramma.

“Ik weet niet hoe ik de organisatie moet bedanken die ervoor heeft gezorgd dat ik mijn kleindochter in leven kon houden. Ze eet nu alles wat ik voor haar maak, ze is energiek, speelt met de buurkinderen en haar eigen zusjes: het is een blij meisje nu!”

Bron: Plan

Jemen

Khawla Mohammed in het Al-Sabeen Hospital in Sanaa.

Khawla Mohammed ligt op een bed in het Al-Sabeen ziekenhuis in de hoofdstad van Jemen. We zien een buisje haar neus in lopen. Ze is pas één jaar oud en ondervoed. Daarnaast heeft ze er pas een luchtweginfectie bij gekregen, waardoor ze erg benauwd is. Naast haar zit haar moeder. Ze ziet er bezorgd uit. Ze legt uit dat Khawla al sinds ze geboren is worstelt met haar gezondheid.

“Eerst had ze diarree. Ze was zo licht dat ik haar in één hand kon dragen. Ze had totaal geen eetlust. Ik maakte me erg zorgen”, vertelt de nog jonge moeder. Afgelopen maanden heeft ze regelmatig het ziekenhuis moeten bezoeken. Daar waren gelukkig dokters die haar goed konden helpen. Hun diagnose was ernstige ondervoeding, waarna ze een behandeling met therapeutische voeding kreeg voorgeschreven, via UNICEF.

Toen Khawla deze keer in het ziekenhuis aankwam, woog ze maar 6,5 kilogram, terwijl 10 kilogram normaal is voor haar leeftijd. In de tien dagen die ze nu in het ziekenhuis verblijft, krijgt ze speciale voeding om aan te sterken. Daarnaast krijgt ze antibiotica om de luchtweginfectie te bestrijden. Langzaamaan is er verbetering te zien bij Khawla Mohammed, maar haar moeder maakt zich nog steeds zorgen. “Ik heb geen werk meer en we kunnen ons land niet meer bewerken door de bommen en kogels. Maar ik heb hoop op betere tijden en ben dankbaar dat mijn dochter geholpen wordt.”

Bron: Unicef

Uganda

Julia Amer (rechts)

Dagelijks worden er zo’n 2000 Zuid-Soedanese vluchtelingen in Oeganda geregistreerd, de 38-jarige Julia Amer is er daar één van.

“Dorst heeft me bijna mijn leven gekost”, zegt Julia Amer die met haar 5 kinderen van Zuid-Soedan naar Oeganda is gevlucht. “Ik heb vervuild water gedronken op de weg hiernaartoe met mijn kinderen. De zon was te heet, we hebben in totaal bijna 80 kilometer gelopen zonder eten of drinken. Ik ben bijna ingestort, maar we hebben het toch tot Uganda weten te redden.” Julia woont nu in een van de kampen in de West Nile-regio, in het noorden van Uganda, waar ze nu toegang heeft tot schoon en veilig drinkwater dankzij het Rode Kruis.

Bron: het Rode Kruis

Kenia

Hiliki Daba.

Het land in Kenia is droog en verlaten. Hiliki Daba, een jonge moeder van twee kinderen, wil haar kinderen graag borstvoeding geven, maar dat gaat niet meer, vertelt ze. “Ik heb geleerd om ze zes maanden borstvoeding te geven, maar het gaat gewoon niet meer. Ik produceer niet genoeg melk en val vaak flauw.” Dichtbij is er gelukkig een gezondheidscentrum, waar Hiliki haar kinderen heen brengt. Ze zijn ondervoed en hebben last van diarree blijkt uit de screening. Gelukkig worden de kinderen snel geholpen. Ze krijgen therapeutisch (extra voedzaam) voedsel, zodat ze extra snel aan kunnen sterken. Ook worden ze behandeld voor diarree en krijg ze zeep, een emmer en waterbehandelingstabletten voor thuis. Ondertussen wordt Hiliki voorgelicht over hygiëne en tips voor voeding om te zorgen dat zij en haar kinderen gezond blijven.

Bron: Unicef

Niger

Koyo Boukar.

 

“Mijn naam is Koyo Boukar en ik ben 40 jaar oud. Ik ben getrouwd en vader van 3 kinderen en 2 weeskinderen. Ik kom oorspronkelijk uit Abadam Nigeria, een dorp gelegen aan de rechteroever van Komadougou, ongeveer 150 km van N’Goui Koura. In mijn dorp was ik voor de crisis handelaar in meel, en tegelijkertijd paprikaproducent. Met de handel in meel verdiende ik tussen de 5.000 en 10.000 Naira per dag. Daarbij produceerden we gemiddeld 200 zakken paprika per lap grond en elke zak wordt verkocht voor 13.000 Naira. Alles ging erg goed; we leefden samen met onze ouders in vreedzame rust, tot op de dag dat alles veranderde.

De dorpelingen waren in elke zin radeloos; op dezelfde dag dat we het water overstaken ben ik nog twee van mijn jongere broers verloren. Tijdens onze reis zijn we langs Abadan Nigeria, Boulayé, Agagone, Abadan Niger, Toumour en N’Goui Koura gekomen, waar we nu zijn.

We hebben alles verloren en we hebben veel geleden. We leefden in onzekerheid en hadden het erg moeilijk. We hadden niets te eten en zelfs kleren hebben we gekregen. ’s Nachts konden we nauwelijks slapen, omdat we bang waren.

Toen we aankwamen in N’Goui Koura, voordat de hulp van NGO’s begon, werden we verwelkomt en geholpen, en degenen die wilden verbouwen, kregen percelen ter beschikking. Ondanks dat we ons welkom voelden, hadden we niet genoeg mogelijkheden om goed voor onszelf en de kinderen te zorgen. Oxfam heeft ons voorzien van een voedselpakket met daarin rijst, bonen, olie en zout. Het is een grote verlichting, omdat we sinds het begin van de crisis maar 1 keer konden eten, soms waren het alleen de kinderen die aten. Nu eten we genoeg, want we eten gemiddeld 3 keer per dag. De kinderen zijn nu tevreden en spelen met de andere kinderen hier. Voorheen hadden we veel zorgen en dachten we veel aan wat we hadden verloren. Maar nu begin ik het verleden te vergeten en dat geeft hoop.”

Bron: Oxfam Novib

Nieuwsoverzicht

De samenwerkende hulporganisaties achter Giro555: