Help slachtoffers Filipijnen

Blog Henri van Eeghen

dinsdag 10 december

Terug in Den Haag leg ik aan Nederlandse journalisten de dilemma’s uit waar hulpverleners mee te kampen hebben.

De ramp in de Filipijnen is niet alleen een natuurramp, het is ook een armoedeprobleem. De Filipijnen zijn eenmiddeninkomensland maar het getroffen deel is het armste. Of mensen door een storm hun huis kwijtraken of niet is mede afhankelijk van de kwaliteit van de huizen. En dat is een geldkwestie.

Wij zorgen nu voor noodonderkomens, en de Filipino’s zelf zijn ook al weer druk aan het timmeren, maar wat nu 
gebouwd wordt is niet bestand tegen de volgende orkaan. En tachtig procent van scholen is weggevaagd. Hoe worden die weer opgebouwd?

Als het aan mij lag, kwam er een masterplan voor het hele gebied: betere huizen, stevige scholen die als schuilkelder kunnen dienen, ziekenhuizen die stormbestendig zijn. Ik hoop dat de Filipijnse overheid de kans grijpt om goed na te denken over hoe ze die weer opbouwen. Hier ligt ook een taak van de Asian Development Bank en de Wereldbank.

Een dilemma voor hulpverleners is ook: hoe besteed je je tijd? Mensen werken ongelofelijk hard, onder barre omstandigheden, met weinig slaap. Intussen wil het actieteam in Nederland concrete informatie over het werk ter plaatse: foto’s, teksten, interviews, kaarten. Want die informatie is van belang om het Nederlands publiek betrokken te houden en hen van antwoorden te voorzien. dat levert een extra werkdruk op voor de noodhulpmensen in het rampgebied. De informatie naar Nederland sturen is bovendien een lastige klus, omdat telefoonlijnen nog slecht werken en internet op veel plekken nog niet werkt.

Door het tijdsverschil moeten de noodhulpmedewerkers bovendien vaak ’s nachts nog journalisten uit Nederland te woord staan. Dat komt niet altijd even goed uit, maar het is wel van groot belang. De ramp mag niet te snel van de agenda verdwijnen, want de grootste problemen beginnen nu.

Irrigatiesystemen voor de rijstvelden zijn weggespoeld. Er kan nu niet gezaaid worden, dus kan er over drie maanden niet geoogst worden. Mensen planten wel andere gewassen, maar ook die kosten tijd om te groeien. En in de tussentijd hebben ze weinig anders te eten.

Een kokosnotenboom doet er soms twaalf jaar over voor hij weer een kokosnoot produceert waar je wat aan hebt, vertelde de eigenaar van een fabriek die kokosnoten verwerkte. Er staat geen boom meer overeind, dus de driehonderd boeren die hem noten aanleverden hebben de komende twaalf jaar geen inkomsten. Zijn fabriek ligt ook stil, maar hij zat meer in zijn maag met die driehonderd boeren. Hij heeft spaargeld, hij had weg kunnen gaan. Maar hij bleef, want hij wilde iets nieuws verzinnen dat werk op zou leveren voor zijn mensen. Een bakkerij misschien? Hij wist het nog niet.

We laten de journalisten ook de beelden zien van het rampgebied, maar geen foto of film kan echt overbrengen hoe het voelt om daar rond te rijden. In Cebu, waar we aankwamen, waren gebouwen zwaar beschadigd. Maar in Leyte stond echt geen boom meer overeind, er was echt geen huis meer met een dak. Hoe verder we Leyte in reden, hoe meer de omvang van de ramp tot ons door drong. We hebben allemaal onze stille momenten gehad, waarin we alles even op ons in moesten laten werken.

Des te dankbaarder ben ik voor alle acties die Nederlanders hebben opgezet, grote en kleine donaties, die allemaal ertoe hebben bijgedragen dat we iets voor deze mensen kunnen betekenen. De komende twee jaar blijven de hulporganisaties van de SHO bezig om de schade van deze ene storm te repareren. We houden u op de hoogte.

vrijdag  6 december

In wat een maand geleden een immense gymzaal was, is nu een ziekenhuis. Onder de opengescheurde golfplaten, werken artsen en verpleegkundigen van het Rode Kruis, zo’n dertig mensen van tien nationaliteiten, samen met Filipijnse medewerkers. Dagelijks zien ze vele patiënten in het ziekenhuis en nog eens meer dan 200 patiënte
n in de polikliniek.

Deze plek, direct aan zee, lag tot voor kort nog vol met modder, puin en verwoeste autos. Nu is het er opgeruimd en schoon. Er hangt zelfs een rustige sfeer.

In een hoek zitten de medewerkers aan een tafel op adem te komen. Hun lunch bestaat uit gedroogd eten uit plastic zakjes, ingevlogen met de overige materialen en gezien de schaarste in het gebied nog steeds hun rantsoen.

Na een lange dag werken, weg van huis en hun families, is er voor deze hulpverleners geen vertier. Hun verblijf is een tentenkamp dat ze zelf verderop hebben opgezet. Hun wc is een latrine, hun douche een teil, en tegelijkertijd is hun saamhorigheid, inzet en professionaliteit enorm.

Zo zie je hier overal kampementen met hulpverleners. Op het dak van een hotel. Op het terrein van een gemeentehuis waarvan de muurloze eerste verdieping als ziekenhuis dienst doet. In het gebouw van de aartsbisschop, waar de tenten van hulpverleners staan tussen de hulpgoederen.

Ons ‘hotel’ is het seminarie van Palo. Het is zo goed als verwoest; toch zijn er nog een aantal kamers, met kapotgeslagen ramen en uitzicht op een totaal verwoest landschap. Zonder stromend water. Zonder elektriciteit.

Hulpverleners zijn helden, bedenk ik me ’s avonds wanneer ik me omdraai in mijn tentje op een flinterdun matrasje, wetend dat ik morgen weer naar huis ga.

Donderdag 5 december

Vanaf de asfaltweg tussen Ormoc en Tacloban rijden we een landweggetje op naar een kleine boerengemeenschap die voornamelijk leefde van de verkoop van kokosbomen en rijst.

Ze hadden een plan gemaakt: ze zouden bananenbomen gaan verbouwen, een coöperatie vormen, hun product vermarkten, winsten verhogen. ICCO ondersteunde hen met advies en materialen. En de boeren hadden succes. Een bedrijf in het zuidelijk gelegen Baybay wilde hun producten opkopen en verwerken tot chips voor de internationale markt.

Maar toen kwam de tyfoon. Bananen werden van de takken gerukt. Bomen verwoest. Dromen uiteengeslagen. “We moeten van nul af beginnen”, zegt Mabel die hier met haar ouders woont. Het duurt 9 tot 14 maanden voordat de bomen weer vrucht dragen. Zo lang hebben de dorpelingen niet. Zij hebben nu eten en geld nodig.

De boeren blijven niet bij de pakken neerzitten. Ze hebben geen tijd te verliezen, nu het plantseizoen begint. Zij zijn vast begonnen om stukken land vrij te maken van bomen en wortels. ICCO gaat hen zaden leveren voor gewassen die ze snel kunnen oogsten zoals cassave en zoete aardappel. Intussen blijft voedselhulp nodig. Steun die mogelijk is dankzij geld van 555.

Kwestbaarheid en kracht. Die twee uitersten wisselen elkaar hier in de Filipijnen voortdurend af. De kwestbaarhied van mensen, van dromen, van investeringen. En de kracht van de mensen die ondanks alles doorzetten.

 

 

 

Dinsdag 3 december

Wat ik vandaag vooral heb ervaren is saamhorigheid tussen de Filipijnen. We bezochten vandaag op het eiland Cebu een open grote gymzaal die als opvangplek wordt gebruikt voor zo’n vijftig families (een gemiddelde familie, inclusief neefjes en nichtjes, telt vaak meer dan zes mensen) uit Tacloban die hierheen zijn gevlucht. Ik hoorde dramatische verhalen. Mevrouw Carolina Mawbuena vertelde dat ze hier al twee weken was. Een seconde glimlachte ze toen ze zei dat ze gelukkig was dat haar zes kinderen de ramp hadden overleefd. Maar verder heeft ze alles verloren. Ze wil proberen hier op Cebu een nieuw leven te beginnen, maar heeft nog geen idee hoe.

Als je niet het gevoel hebt, dat je terug kan naar waar je vandaan kwam, wat is dan je toekomst? Hoe kunnen hulporganisaties helpen om deze mensen weer een perspectief te krijgen? Dat ga ik deze dagen verder onderzoeken. Maar er waren ook mensen die juist vol waren van energie. Die terugwilden, hun huis weer opbouwen.

Het was er veel te warm onder het golfplaten dak. En toch was de sfeer optimistisch. Je zag en voelde hoe mensen elkaar steunen. Mensen vangen elkaars kinderen op als ouders gestorven zijn of gewond zijn geraakt. Sociaal werkers delen water uit. Schoolmeisjes komen in hun lunchpauze op bezoek om met de mensen te praten over hun ervaringen.
“Bij alle ellende die er is, zie ik ook mooie dingen ontstaan. Deze crisis brengt mensen
samen”, zei de Nederlandse consul op Cebu ons vandaag. Het zijn hoopvolle tekenen in de misère die de tyfoon hier aanrichtte.

Maandagnacht, 2 december

Hoe de situatie nu is voor de Filipino’s? Wat de eerste zaken zijn die ze nodig hebben? Terwijl we in een vliegtuig
boven de Filipijnen vliegen, probeer ik de vragen van meereizende de verslaggevers zo goed mogelijk te beantwoorden. Boven ons een sterrenhemel. Onder ons vlekken van licht in een donkere massa: enkele van de 7000 eilanden die de Filipijnen telt. Het zijn slechts kleine stroken land, zo kwetsbaar voor natuurgeweld als tyfonen. Jaarlijks komen wel 30 van deze stormen aan land, maar er was er nog geen één zo krachtig en groot als Haiyan.

De afgelopen drie weken heb ik zoveel gesproken over dit gebied, zoveel interviews gegeven. En nu komen we steeds dichterbij de mensen om wie het allemaal gaat, de miljoenen slachtoffers voor wie mensen in Nederland massaal in actie komen. Het maakt me stil. Ik wil even niet praten. Even geen vragen beantwoorden. Maar vooral ervaren. Luisteren wat de mensen hier me te vertellen hebben.


Maandag 2 december 2013

“Als je zo even een paar uur in het vliegtuig zit, gaat alles bezinken. Het is pas drie weken geleden dat de tyfoon aan land kwam in de Filipijnen en zoveel ellende en verdriet veroorzaakte.

Nu ik alle berichten en rapporten nog eens lees, realiseer ik me pas goed hoe belangrijk het is dat mensen snel weer aan hun toekomst kunnen werken. Hun plantages, hun landbouwgronden zijn verwoest. Ik ben benieuwd naar de plannen die mensen hebben om een toekomst te kunnen opzetten. En op welke manier hulporganisaties hen daarin ondersteunen- vooral nu het zaaiseizoen begint. Deze vragen neem ik mee op mijn onderzoeksreis.


Vrijdag 29 november 2013

“Sinds drie weken ben ik in Nederland dag en nacht bezig met wat mensen in de Filipijnen is overkomen: een allesverwoestende ramp.
De beelden op televisie, de foto’s in de kranten
en de gesprekken met Filipijnen in Nederland hebben mij diep geraakt.

Nu ga ik zelf naar het rampgebied toe om te zien wat hulp voor de mensen daar betekent. Met eigen ogen ga ik zien hoe het met de mensen gaat. Dat waar ik zoveel over heb gesproken, zal dan beklijven. Ik wil me openstellen voor wat mensen daar doormaken. Begrijpen wat hun noden zijn. En me laten inspireren door de veerkracht van de mensen om hun leven weer op te pakken.”

De samenwerkende hulporganisaties achter Giro555:

Bij uitzonderlijke rampen slaan de 11 samenwerkende hulporganisaties de handen ineen onder de naam Giro555. Zij vragen heel Nederland zich aan te sluiten om geld in te zamelen voor hulp aan slachtoffers. Want samen redden we meer levens. Meer informatie

Blijf op de hoogte

Word een paar keer per jaar bijgepraat over de resultaten van de hulp. En ontvang als eerste een alert wanneer er een Giro555-actie start.