Blog: Hulp is de moeite waard

Door Inge Leuverink, noodhulpexpert bij Cordaid.

“Ik sta te zweten onder de kleine overkapping op het vliegveldje. Ik ben op terugreis naar Kenia. Terwijl rugzakken gecheckt worden op verboden goederen, denk ik terug aan twintig jaar geleden, toen ik als jonge vrouw voor het eerst Gedo in Somalië bezocht.
Mijn vorige werkgever Memisa, in 2000 opgegaan in Cordaid (een van de hulporganisaties achter Giro555), voerde daar een gezondheidsprogramma uit met steun van de Nederlandse overheid en als jonge, bevlogen hulpverleenster reisde ik meerdere malen naar het gebied.
Na al die jaren ben ik nu, onverwacht, weer terug in Gedo. Helaas is de plek waar ik jaren geleden regelmatig kwam, Garba Hare, te risicovol om te bezoeken. Ik mag wel naar Dolow aan de grens met Ethiopië om het noodhulpprogramma te bezoeken dat Cordaid samen met partnerorganisatie Trocaire uitvoert. Jaren geleden werkte ik ook al samen met Trocaire. Het voelt als een bijzondere en emotionele reis.

Giro555
Na de hongersnood die in het voorjaar van 2017 uitbrak, in onder andere Somalië, zijn de samenwerkende hulporganisaties een succesvolle Giro555-actie gestart. Met een deel van de opbrengsten heeft Cordaid met Trocaire in Gedo hulp geleverd. Door hygiëne- en voedselpakketten uit te delen, water aan te voeren en watervoorzieningen en toiletten te bouwen. Ook gaven we steun aan gezondheidscentra die te kampen hadden met een cholera-uitbraak en een zorgwekkend aantal ondervoede kinderen.
“Ik heb het nog nooit zo erg gezien”, vertelt Abdi, programmacoördinator van Trocaire, me als we het ontheemdenkamp bezoeken. “De ondervoeding was uitzonderlijk hoog. Veehouders komen niet zo snel naar een kamp, dan moet het echt erg zijn. Ze kwamen bij bosjes tegelijk naar de twee kampen in Dolow.”

Cholera
Abdi denkt dat een van de ontheemden cholera heeft meegebracht en als er dan weinig schoon water is, is het snel bekeken: een cholera-epidemie met fatale gevolgen. Abdi: “De steun van Cordaid kwam op tijd om direct de epidemie te bestrijden en daardoor hebben we veel mensen kunnen redden.”
Trocaire was daar goed toe in staat omdat de organisatie al jarenlang in ziekenhuizen en klinieken in de regio werkt en via het bestaand programma snel konden handelen.
Ik wist het nog goed, werken in Somalië is een grote uitdaging, maar het grijpt me toch weer bij de keel nu ik er opnieuw middenin sta. Het is de combinatie van een langdurig conflict, waardoor er nauwelijks overheidsondersteuning is, en een droogte die steeds langer aanhoudt. Dit hakt er enorm in, bij een de bevolking, die voornamelijk bestaat uit veehouders.

Bescherming
En dan heb je nog rekening te houden met de terreurgroep Al-Shabaab. Door hun aanslagen kun je niet vrij door de regio reizen. Dat was toen ook al zo. Vanaf de grens reed ik met gewapende escorte het gebied in. Als wij nu door Dolow rijden om verschillende activiteiten te bezoeken, rijdt een auto van de lokale overheid met gewapende mannen achter ons aan ter bescherming. Déjà vu…
Eigenlijk te gek voor woorden dat hulpverleners onder gewapende bescherming hun werk moeten doen. Hoe ver ga je? Heeft het wel zin om hulp te blijven verlenen in een situatie waarin er nog steeds weinig perspectief lijkt te zijn voor verbetering op de lange termijn.

Vermoeid maar bevlogen
Hele discussies had ik daar 20 jaar geleden al over met collega’s, en nu weer met het team van Trocaire. Met de Somalische coördinatoren Abdi en Fatuma, met de Keniaanse noodhulpcoördinator Milka en met de Ierse directeur Paul. Allemaal professionals, bevlogen, soms misschien vermoeid van de ingewikkelde context waarin ze werken, maar nog altijd zeer betrokken.
Uiteindelijk kom ik toch weer tot dezelfde conclusie: zolang we mensen die zelf vechten om te overleven en een bestaan op te bouwen, goed kunnen steunen, blijft het voor mij de moeite en het risico waard. En dat doen we hier: mensen helpen te overleven in moeilijke omstandigheden.”

Foto’s: Inge Leuverink

Nieuwsoverzicht

De samenwerkende hulporganisaties achter Giro555: