Help slachtoffers Syrië

De echte verhalen achter het nieuws

Deze week vertrok persvoorlichter Merlijn Stoffels namens SHO-deelnemer het Rode Kruis naar Jordanië. Vervolgbestemmingen zijn Libanon en hij hoopt te eindigen in Syrië. Doel van zijn reis is onderzoeken welk effect het aanhoudende geweld op het leven van de Syriërs heeft. En te zien hoe het Rode Kruis daar helpt.

Hieronder een eerste verslag van zijn belevenissen.

DAG 2 : De echte verhalen achter het nieuws

Deze ochtend laten we ons eerst bijpraten door het internationale Rode Kruis en de lokale zustervereniging, de Jordanese Rode Halve Maan. De meeste Syriërs, zo’n 75 procent, heeft onderdak gevonden bij gastgezinnen vertellen ze ons. De rest woont in vluchtelingenkampen, waar de hulporganisaties goed vertegenwoordigd zijn. De Jordanese Rode Halve Maan richt zich daarom vooral op de vluchtelingen in gastgezinnen waarvoor veel minder hulp is. Daarbij is gekozen voor een niet traditionele manier van hulpverlenen. Naast voedsel en andere hulpgoederen, zoals matrassen en deken, krijgen de vluchtelingen nu ook een creditcard met geld. Later meer hierover.

Merlijn wordt ontvangen bij een Syrisch gezin met 5 kinderen. Ze zijn gevlucht naar Jordanië nadat hun huis totaal verwoest werd.De president van de Jordanese Rode Halve Maan Dr. Mohammed Alhadid wijst ons op een groep gedupeerden van het conflict in Syrië waar je niet gelijk aan zou denken; de Jordaniërs. Door de komst van de vluchtelingen zijn de water, voedsel en huizenprijzen flink omhoog gegaan. Een woning in het noorden, in het grensgebied met Syrië, is bijvoorbeeld zeven keer zo duur geworden. Tel daarbij op dat de vaak hoog opgeleide Syrische vluchtelingen een laag salaris accepteren, met als gevolg dat veel Jordaniërs hun baan kwijtraken. Volgens Alhadid leven steeds meer Jordaniërs onder de armoede grens. Om onrust te voorkomen, pleit hij er daarom voor om ook Jordaniërs te helpen.

‘s Middags bezoeken we een distributiepunt in Amman waar de vluchtelingen creditcards krijgen. Op de kaart wordt elke maand geld gestort. Hoeveel de vluchtelingen krijgen hangt af van de hoe zwaar ze getroffen zijn en hoe groot het gezin is. Dat varieert van 50, 80 tot 120 euro per maand. Zowel de vluchtelingen als het Rode Kruis zijn heel enthousiast over deze nieuwe manier van hulpverlenen. Voor de hulpverleningsorganisatie is dit veel minder bewerkelijk dan goederen importeren en distribueren, dus goedkoper en kunnen meer mensen worden geholpen. De lokale economie profiteert ervan, want het geld wordt in het gastland besteed. Voor de vluchtelingen is het grote voordeel dat ze zelf kunnen bepalen waar ze het geld aan uitgeven. Dit is belangrijk en soms zelfs van levensbelang, zo blijkt uit de gesprekken met de vluchtelingen.

Werken en geld verdienen is voor de Syriërs vaak onmogelijk. Ze gebruiken het geld op de kaart voor voedsel, medische hulp, schoolgeld of om de huur te betalen. Maar dat is bij lange na niet genoeg merken we als we worden ontvangen door een vader en moeder met 5 kinderen. In Syrië was de man grafisch vormgever en verdiende een goed salaris. Nadat zijn huis volledig werd verwoest, evenals de kapperssalon van zijn vrouw. Het was te gevaarlijk geworden in zijn thuisland. Nu zit hij tot over zijn oren in de schulden om de huur van kamer te kunnen blijven betalen. Als het geld op is zullen ze opnieuw moeten vluchten naar een plek waar meer hulp is. Het verhaal van een oma, haar drie dochters en vijf kleinkinderen is nog schrijnender. Ook zij moesten vluchten voor het geweld. De man van een van de dochters is doodgeschoten toen hij probeerde te vluchten uit het leger. De man van oma is vermist. Zij moet een operatie ondergaan, maar ziet daar vanaf wegens gebrek aan geld. Met alle risico’s van dien. De mensen die hulp krijgen kunnen dus al nauwelijks de eindjes aan elkaar knopen. Laat staan de vele vluchtelingen die niets krijgen. Simpelweg omdat er niet genoeg geld is. Voor de Jordanese ‘slachtoffers’ is al helemaal geen aandacht. ​

​​
DAG 1: Hopelijk krijg ik antwoorden deze week

Miljoenen burgers zijn keihard getroffen door de bloedige burgeroorlog in Syrië, die al meer dan twee en een half jaar woest om zich heenslaat. Vandaag vertrek ik samen met Juriaan Lahr, hoofd internationale hulp van het Nederlandse Rode Kruis naar Jordanië, Libanon en Syrië om te onderzoeken hoe het aanhoudend geweld het leven van de Syriërs op z’n kop heeft gezet en om te zien hoe het Rode Kruis helpt. De reis start in Jordanië. Ik ben vooral benieuwd naar de enorme vluchtelingenkampen, waar soms meer dan 100.000 vluchtelingen voor langere tijd op een kluitje leven. Dat is ter vergelijking een stad zo groot als Venlo. Hoe komen ze aan hun eten, waar leven ze van, zijn er genoeg scholen en ziekenhuizen, breken er geen conflicten uit? In Libanon en Syrië zijn we een half jaar geleden ook geweest. Toen was de nood enorm. Kan het nog erger vraag ik me af? Of we Syrië in komen is nog afwachten, want het visum is nog niet rond.

In het vliegtuig lees ik het Boek van de Koning van Jordanië, Abdullah met de titel: Onze laatste kans, streven naar vrede in gevaarlijke tijden. De Koning roept de internationale gemeenschap op om een oplossing te zoeken voor de conflicten in het Midden Oosten. Zijn koninkrijk heeft veel last van de onrust in de buurlanden en wordt al jaren overstelpt met vluchtelingen. Toen de vlam in de pan sloeg in Israël en Irak staken de Palestijnen en Irakezen massaal de grens. De meeste zijn nooit meer weggegaan. Op dit moment zoeken honderdduizenden Syriërs een veilig heenkomen in het relatief stabiele Jordanië. De Koning roemt de gastvrijheid van zijn land, maar deze grote aantallen zijn voor het relatief kleine land niet meer te behappen. Een ander probleem is dat Jordanië voor de eigen inwoners al niet eens genoeg schoon drinkwater heeft. Laat staan voor de miljoenen vluchtelingen.

Dat het grote aantal vluchtelingen een probleem is voor Jordanië blijk ook uit het gesprek dat ik heb met de chauffeur van het Rode Kruis, die mij op komt halen op de luchthaven in Amman. Het voelt trouwens altijd weer als een warm bad als in een ‘vreemd’ land iemand in Rode Kruis tenue je staat op te wachten. In de auto krijg ik een spoedcursus Jordanië. Zo blijken er in het koninkrijk 6 miljoen mensen te wonen. 3 miljoen daarvan zijn vluchteling. De Syrische vluchtelingen hebben volgens hem meestal geen cent te makken en zijn vooral afhankelijk van hulp van organisaties, zoals het Rode Kruis. Wie gaat de vluchtelingen onderhouden vraagt hij zich af. De internationale gemeenschap zou Jordanië hiermee nauwelijks helpen. Gelukkig noemt hij Nederland als goed voorbeeld, die trok onlangs 1 miljoen euro uit voor de Syrische vluchtelingen, dan hoef ik me iets minder te schamen.

Aangekomen in het hotel vraag ik me af hoe het kan dat de internationale gemeenschap niet uitgepraat raakt over de ernst van het conflict in Syrië. Er is zoveel focus op chemische wapens dat er onvoldoende wordt gesproken en bereikt om een veilige toegang voor de hulpverleners te creëren en meer humanitaire hulp te organiseren. De vluchtelingen moeten het grotendeels maar zelf uitzoeken. Deze en vele andere vragen spoken door mijn hoofd als ik bij het hotel aan kom. Hopelijk krijg ik antwoorden deze week. Nu naar bed, want morgen is het vroeg dag met een vol programma.

Nieuwsoverzicht

De samenwerkende hulporganisaties achter Giro555:

Bij uitzonderlijke rampen slaan de 11 samenwerkende hulporganisaties de handen ineen onder de naam Giro555. Zij vragen heel Nederland zich aan te sluiten om geld in te zamelen voor hulp aan slachtoffers. Want samen redden we meer levens. Meer informatie

Blijf op de hoogte

Word een paar keer per jaar bijgepraat over de resultaten van de hulp. En ontvang als eerste een alert wanneer er een Giro555-actie start.