Haïti 5 jaar later, Els Hortensius (ICCO | Kerk in Actie) vertelt

Noodhulpmedewerker Els Hortensius reisde afgelopen oktober voor de dertiende keer sinds de aardbeving in 2010 naar Haïti. Ze kijkt terug op haar nauwe betrokkenheid bij het land en vertelt hoe partnerorganisaties met kleine stappen vooruitkomen.

“O, je gaat weer naar Haïti? Hoe is het daar nu? Ik hoor dat veel geld nog niet besteed is, en dat er nog altijd mensen in tenten wonen…” Ja, ik ging weer naar Haïti, eind oktober was ik er voor de dertiende keer sinds de aardbeving op 12 januari 2010. Hoe het daar nu is? Mijn omgeving heeft er niet veel vertrouwen in, ondanks mijn bevlogen verhalen bij terugkomst.

HOE IS HET IN HAÏTI?

Vijf jaar later kijk ik terug en probeer een beeld te schetsen van de lange weg die de Haïtianen hebben afgelegd om te komen waar ze nu zijn: het puin is weggeruimd en het aantal kampbewoners is van 1,3 miljoen afgenomen tot minder dan 100.000. Volgens de UNDP gaan er nu meer kinderen naar school dan vóór de aardbeving en hebben méér mensen toegang tot veilig drinkwater. Het wegennet in Port-au-Prince en de omringende gemeenten wordt aangepakt en er is straatverlichting die werkt op zonne-energie.

Maar alle aandacht voor de hoofdstad betekende ook dat er de afgelopen vijf jaar minder geld beschikbaar was voor de provincies, waardoor de zuigende werking van de metropool eerder toe dan afnam en de meeste Haïtianen die direct na de ramp hun toevlucht bij familie op het platteland gezocht hadden keerden al snel weer terug. De nadruk op humanitaire en wederopbouwprojecten betekende ook minder aandacht voor duurzame ontwikkeling en maatschappijopbouw.

Els Hortensius in Haiti

Foto: Els Hortensius (midden) in Haïti

Zo is de mensenrechtensituatie de afgelopen tijd verslechterd en kende Haïti voor het eerst in jaren weer politieke gevangenen, opgepakt na demonstraties tegen de regering die sinds zij in 2011 aan de macht kwam nog geen verkiezingen georganiseerd heeft. Met als gevolg dat er met ingang van 12 januari geen volksvertegenwoordiging meer zal zijn, omdat het mandaat van de eerder gekozen gedelegeerden en twee derde van de senatoren op die dag afloopt. Zowel bij de regering als aan de zijde van de oppositie lijkt er niet voldoende wil aanwezig om tot een oplossing te komen.

HAÏTI, VIJF JAAR GELEDEN

Als de dag van gisteren herinner ik mij woensdagochtend 13 januari, toen het nieuws van de verwoestende aardbeving ons bereikte: ons kantoor in Port-au-Prince was ingestort, en onze Haïtiaanse medewerkster Evelyn Margron met ernstige verwondingen onder het puin vandaan gehaald en overgebracht naar een ziekenhuis in de Dominicaanse Republiek. Mondjesmaat komen er berichten van onze partnerorganisaties. Als door een wonder hebben de meeste mensen die ik ken het overleefd, maar huizen en kantoren zijn verwoest, en iedereen heeft naasten verloren: familieleden, buren, vrienden, collega’s…

Zoals Ernst Lémy, medewerker van het Platform van Haïtiaanse mensenrechtenorganisaties. Tijdens een herdenkingsbijeenkomst enkele maanden later halen collega’s herinneringen aan hem op: wat hem het meest getypeerd moet hebben, is zijn liefde voor boeken en zijn grote kennis, want meerdere malen wordt hij hun wandelende bibliotheek genoemd. Het Platform heeft een boekje gemaakt met herinneringen en foto’s: een lachende man van begin veertig, op kantoor, tijdens een gendertraining, en bij een demonstratie voor mensenrechten. Op de laatste bladzijde staat een uitspraak van Che Guevara, van wie Ernst een bewonderaar was: Il est possible que nous ne soyons pas de la même famille. Mais si vous êtes capables de trembler d’indignation, chaque fois qu’une injustice est commise dans le monde, alors nous sommes frères. C’est le plus important.

HOOP EN NIEUWE TOEKOMST

Maar middenin de pijn, het verdriet en het gemis ontstond er ook een begin van hoop op een nieuwe toekomst. Onze partnerorganisaties zaten niet bij de pakken neer, integendeel, verrassend snel pakten zij hun werk weer op, aangevuld met nieuwe activiteiten, zoals het uitdelen van voedselpakketten en het ondersteunen van kampbewoners. En zij spraken over mogelijkheden die de vreselijke ramp ondanks alles kon bieden. De buitenlandse hulpverleners gebruikten het motto “to build back better”. De Haïtianen voegden daaraan toe: niet alleen beter, maar ook eerlijker en duurzamer, met gelijke rechten en kansen voor iedereen.

Al tijdens mijn eerste bezoek in februari 2010 vertelde Colette Lespinasse, coördinator van onze partner GARR en boegbeeld van onze Vrouwen staan sterker- campagne uit 2008, over de kansen die ze zag: nu snel handelen en de mensen die de stad tijdelijk ontvlucht waren helpen een bestaan op te bouwen op het platteland, om zo de lang gewenste decentralisatie een duw vooruit te geven. Een voorwaarde voor succesvolle wederopbouw van Haïti was volgens Colette gelegen in nauwe samenwerking met lokale organisaties en in het luisteren naar de bevolking. En zij was niet de enige die er zo over dacht. Er zijn boeken volgeschreven waarin Haïtianen hun ideeën en dromen voor de toekomst uit de doeken doen.

HAÏTI, BEGIN 2015

Waarom is hier zo weinig van terecht gekomen? Ja, er zijn veel huizen gebouwd, maar veel meer mensen zijn vanuit een tent verhuisd naar een hutje op een van de hellingen rond Port-au-Prince. Er zijn veel levens gered met voedselpakketten en medicijnen, maar 2010 was ook het jaar van de cholera die nog altijd slachtoffers maakt. Nog geen jaar na de aardbeving organiseerde Haïti presidentsverkiezingen, maar de verkiezingen voor het parlement en de gemeenteraden worden keer op keer uitgesteld. De bouwsector bloeide op en zorgde voor veel werk, maar droogte veroorzaakte mislukte oogsten in delen van het land en een tekort aan voedsel.

Toch, op kleine schaal zijn er duurzame verbeteringen. GARR heeft de dromen van Colette in praktijk gebracht op het Plateau Central, ten noorden van Port-au-Prince. Slachtoffers van de aardbeving die de hoofdstad ontvlucht waren hebben hier samen met de oorspronkelijke bewoners een nieuw bestaan opgebouwd. Er zijn huizen gebouwd en er is elektriciteit aangelegd. Vrouwen hebben een klein geldbedrag gekregen en hiermee handeltjes en kleine bedrijfjes opgezet. Boeren ontvingen zaaigoed en leerden hoe ze hun land tegen erosie kunnen beschermen. En in de regio Les Palmes, waar zich het epicentrum van de aardbeving bevond, is het afgelopen jaar gewerkt aan rampenpreventie, door boomaanplant en het versterken van rivierbeddingen. Jongeren en vrouwen in de hoofdstad en daarbuiten hebben een vak geleerd, vaak in combinatie met scholing over hun rechten zodat zij zich tot participerende burgers kunnen ontwikkelen. En samen, als broers en zussen, sterk kunnen staan tegenover onrecht, in de voetsporen van Ernst Lémy, Anne Marie Corriolan, George Andrade en zovele anderen.

Nieuwsoverzicht

De samenwerkende hulporganisaties achter Giro555: