Eerste zes maanden hulp Sulawesi in verhaal en beeld

Op Sulawesi kregen in de eerste zes maanden na de ramp al meer dan 450.000 mensen hulp dankzij de Giro555-actie ‘Nederland helpt Sulawesi’. Hieronder vertellen slachtoffers wat deze hulp voor hen betekent. Meer weten over de hulpverlening? Lees de zesmaandenrapportage die op 4 juni 2019 is gepubliceerd.

Rivaldi (13) vond zijn vader terug

Rivaldi (13 jaar oud) was op weg naar de kapper toen de aardbeving en tsunami over Centraal-Sulawesi heen raasden. Door de totale chaos en de verwoestingen kon Rivaldi zijn ouders niet meer terugvinden. Een politieagent vond Rivaldi en nam hem mee naar een opvangcentrum. Daar kon een sociaal werker met hulp van een online-systeem dat UNICEF en het ministerie van Sociale Zaken van Palu hebben opgezet, Rivaldi’s vader weer terugvinden.
Zijn vader, Pak Bakir, was dolblij dat zijn zoon weer terug was: “Ik wist gewoon dat hij veilig was”, vertelde hij, “maar ik wist niet waar hij was”. Eenmaal thuis had vader een verdrietig bericht voor zijn zoon: Rivaldi’s moeder was omgekomen tijdens de tsunami. Zes maanden na de ramp lijkt Rivaldi gelukkig wat vrolijker. “Hij maakt weer grapjes met z’n vader, waar ze dan beiden om moeten lachen”, vertelt sociaal werker Chi Ramadhani, die de jonge Rivaldi destijds met zijn vader herenigde.
Foto UNICEF: De dertienjarige Rivaldi naast zijn vader, Pak Bakir, in hun huis in Palu.

Rosdiani’s: ‘We hadden ernstig ziek kunnen worden’
Rosdiani’s huis werd door de aardbeving volledig verwoest. Ze vond met haar man en twee zoontjes (3 en 6 jaar) onderdak in een tijdelijke barak. Rosdiani ontving van CARE een pakket met hulpgoederen: ”Met de emmer uit het noodhulppakket kon ik water halen, met de zeep konden we ons echt goed wassen. Ik kreeg ook voorlichting over hygiëne. Zonder die voorlichting had we uit pure wanhoop misschien wel vuil water gedronken. Ik of mijn kinderen hadden ernstig ziek kunnen worden.” Het gezin probeert langzaam maar zeker het leven weer op te pakken, maar de sporen van de aardbeving zitten diep. “Al leef ik in angst, ik kan niet terugkijken. Anders kan ik niet werken en hebben we geen eten. Mijn man en ik doen er alles aan om sterk te blijven en te werken aan onze toekomst.”
Foto: Klirkom/CARE

Mohammad herbouwt zijn huis
Op de dag van de ramp werkte Mohammad Natsir als dagloner in Palu, op een uur lopen van zijn huis, vrouw en kinderen. Na de ramp rende hij naar huis, over wegen vol puin. Daar trof hij zijn huis volledig verwoest aan. Gelukkig had zijn familie het overleefd. Het gezin vond tijdelijk onderdak bij familie. Mohammad wil hun huis zo snel mogelijk weer opbouwen. Hij is van plan om met één kamer te beginnen, de rest van het huis bouwt hij zodra hij daarvoor voldoende geld heeft. Mohammad ontving van Cordaid hulp in de vorm van contant geld. Hij is hier erg blij mee, omdat hij daarmee materialen kan kopen die hij nodig heeft. Mohammad voert het grootste deel van de bouwwerkzaamheden zelf uit. Zo bespaart hij op arbeidskosten en kan hij cement en hout kopen. Mohammad vindt vooral het welzijn van zijn kinderen belangrijk: “Zij geven me kracht en motivatie. Ik zal doen wat ik kan om ons huis te herbouwen, om mijn kinderen weer gelukkig te maken.”

 

Herstel waterleiding zorgt voor inkomen en traumaverwerking.
De helling van de Salumanapo-berg staat vol met mensen die hard aan het werk zijn. Sommigen brengen de nieuwe waterleidingen naar boven, anderen brengen de oude onderdelen naar beneden, of verbinden de pvc-buizen met elkaar. Door de aardbeving en tsunami is een groot deel van de infrastructuur beschadigd. ‘Doordat de leiding bij de waterbron door de ramp kapot is gegaan, heeft het dorp geen water meer’, aldus dorpshoofd Abdul Gafur (37). Oxfam herstelt de waterleiding, samen met de lokale bevolking, via een cash-for-workprogramma. ‘Van planning tot uitvoering, alles wordt door de dorpsbewoners gedaan, en zij krijgen er ook voor betaald. Mensen zijn daar erg blij mee. Ze beseffen zich ook dat water de bron van hun leven is’. Ook al duurt het project maar 15 dagen, zij verdienen een klein inkomen en het dorp beschikt weer over water.  Het water is ook belangrijk voor de landbouw. Nirma (32), één van de vrouwen uit het dorp, zegt: ‘Natuurlijk is het verdrietig, maar het leven gaat door. We hebben allemaal kinderen en families die wij moeten onderhouden, dus we moeten de draad weer oppakken’. Terwijl de mannen de waterleiding herstellen, werken de vrouwen op het land, zodat er weer peper, tomaten en groenten kunnen groeien. Dit project helpt bewoners niet alleen om in hun levensonderhoud te voorzien. Doordat ze betrokken zijn bij de planning, besluitvorming en uitvoering, neemt ook hun zelfvertrouwen toe. Het is daarmee ook een vorm van traumaverwerking. Doordat het samenwerken positieve resultaten oplevert zal de psychologische impact van de aardbeving langzamerhand verminderen.

Tijdelijk onderdak voor de blinde Ali Yokombaso

“Ik probeerde de voordeur te openen, maar dat lukte niet. De andere deur in mijn huis ging ook niet open. Toen ben ik weer naar de voorkant van het huis gekropen en als een kat door het raam naar buiten geklauterd.” De blinde Ali Yokombaso was alleen thuis toen op 28 september 2018 de grond van Sigi schudde door een krachtige aardbeving. Hij denkt dat de waterleiding in de badkamer gesprongen moet zijn, aangezien zijn broek nat werd toen hij probeerde het huis uit te komen. “Snel liep ik naar de hoofdweg, waar zich al veel mensen verzameld hadden,” zegt Ali. Ali en zijn dochter Henny wonen nu in één van de tijdelijke woning die het Rode Kruis in Sigi gebouwd hebben. Hun eigen huis is grotendeels beschadigd en te gevaarlijk om nog te bewonen. Ali prijst zich gelukkig met het tijdelijke huis.
Foto Red Cross: Ali en zijn dochter Henny bij hun tijdelijke woning in Sigi district, Centraal Sulawesi.

Mutiara (11) kan weer spelen
Plan International Indonesië heeft na de ramp hulp geboden door onder andere zogenoemde Child and Adolescent- Friendly Spaces (CAFS, kindvriendelijke ruimtes) in te richten. Deze ruimten bieden kinderen een veilige plek waar ze bijvoorbeeld psychosociale hulp ontvangen en onder begeleiding kunnen spelen. Het doel van deze activiteit is dat kinderen en hun ouders de gebeurtenissen leren verwerken en hun normale dagelijkse activiteiten weer kunnen oppakken. Mutiara van 11 jaar oud is één van de kinderen die getroffen werd door de aardbeving. Doordat ze moeite heeft met praten was ze altijd al erg verlegen en de aardbeving had haar angstig gemaakt. Toen de CAFS-activiteiten begonnen in haar dorp, begon Mutiara mee te spelen en mee te doen met het vertellen van verhalen. ‘’In het begin was ze stil, verlegen en bang om met andere kinderen te spelen’’, vertelt Norma, de lokale activiteitenbegeleider. Norma en haar collega’s bleven Mutiara dan ook aanmoedigen om mee te doen met de rest. Nu er een aantal maanden zijn verstreken begint Mutiara vooruitgang te boeken. Ze geniet duidelijk van de sessies en heeft meer zelfvertrouwen om voor de klas te spreken. Ook maakt ze nieuwe vrienden.
Foto: Twee meisjes tijdens recreationele activiteiten op basisschool Singgani Ramba, in subdistrict Tanambulava, in Sigi district

Betere sanitaire voorzieningen bieden vrouwen veiligheid
Sanuba kwam na de aardbeving in een opvangkamp in Donggala terecht. “De eerste tijd deden we onze behoefte in de rivier. Wij vrouwen moesten vaak wachten, omdat er mannen in de rivier waren. We voelden ons dan onzeker en ongemakkelijk” De rivier waar zij over spreekt bevindt zich op 300 meter van het kamp en die afstand maakt het voor vrouwen en ouderen vooral ‘s nachts moeilijk om naar de rivier te gaan. “En als het regent stroomt de rivier over en wordt het nog moeilijker. Ook waren we bang voor slangen en andere wilde dieren”, zegt Sanuba. Een van de partners van ICCO & Kerk in Actie zorgde dat er toiletten en wasgelegenheden werden gebouwd. Ook bracht deze organisatie met tankwagens drinkwater naar het kamp. Nu, een paar maanden later, zijn de toiletten in gebruik genomen en zorgt de gemeente voor een dagelijkse toevoer van drinkwater. Sanuba woont nog steeds in het kamp, omdat hun huis verwoest is. Wel zijn de leefomstandigheden dankzij de sanitaire voorzieningen, verbeterd. Ook hebben Sanuba en haar familie een stukje land dichtbij het kamp. Daar zijn ze inmiddels weer begonnen met het verbouwen van tarwe, pepers en andere groenten. Het zal nog jaren duren voor alles weer hersteld is, maar dankzij de steun van hulporganisaties en van de Indonesische overheid heeft Sanuba er vertrouwen in dat dit gaat lukken.
Foto: CWS

Sukmawati ontving contant geld voor herbouw huis
“Mijn man, de kinderen en ik waren binnen toen de aardbeving ons dorp trof. Ik was vijf maanden zwanger. We vluchten naar buiten en zodra we buiten waren, stortte ons huis in. Mijn man maakte zich zorgen over mij, hij bracht me naar een medische post om er zeker van te zijn dat de baby en ik in orde zijn.” Sukmawati (35), haar man en vijf kinderen wonen in het dorp Toro (in het Sigi-district in Centraal-Sulawesi) en proberen zo goed mogelijk voor hun gezin te zorgen, ook nu er bijna niets van hun huis over is. Vijf maanden na de aardbeving werden Sukmawati en haar man Hadisman door het dorpshoofd uitgenodigd om een ​​bijeenkomst bij te wonen in het naburige dorp Sungku. Daar hoorden ze dat hun gezin was geselecteerd om hulp in de vorm van contant geld te ontvangen ​​van Save the Children om hun huis te herbouwen. Het gezin ontvangt dit geld in drie termijnbedragen. Met de eerste bijdrage heeft Hadisman het skelet voor het huis kunnen bouwen. Binnenkort krijgen ze de tweede termijn en krijgen ze hulp om ook een latrine (toilet) bij hun huis te bouwen. “We willen Save the Children bedanken voor de hulp waarmee we ons huis kunnen herbouwen”, zei Sukmawati.

Aldo krijgt les in een tijdelijk klaslokaal
“Na de aardbeving kon ik een hele maand niet naar school. Ik miste het om lekker met mijn vriendjes te spelen en om samen in de klas te zitten. Vooral de taallessen heb ik echt gemist!” zegt Aldo (12).
Irwan, het hoofd van Aldo’s school legt uit: “De school heeft een maand stilgelegen. Daarna gaven we les in tenten. Toen we weer les gingen geven, waren niet meteen al onze 106 leerlingen terug op school. Sommigen waren bang voor naschokken en anderen vonden het vervelend om in tenten les te krijgen, dat is heel anders dan ze gewend zijn.” Ook Aldo vond de tenten niet fijn: “Het is heet.” Met Giro555-geld heeft World Vision zes tijdelijke schoollokalen gebouwd bij de school van Aldo. Er wordt nog gewerkt aan een toiletgebouw voor jongens en meisjes en de tijdelijke lokalen worden binnenkort voorzien van stoelen en tafels. “Ik vind het erg prettig hier, er komt lekkere frisse lucht binnen,” lacht Aldo, op zijn gemak in de tijdelijke klas. Door deze prettige vervangende school gaat Aldo weer met plezier naar school. Hij studeert hard omdat hij ervan droomt een soldaat te worden die meehelpt bij de bescherming van zijn land. Het hoofd is erg dankbaar voor de hulp. “Als de oorspronkelijke klaslokalen op termijn weer zijn hersteld, dan gaan we de tijdelijke klaslokalen gebruiken voor andere doeleinden. Zo gaan we  een van de tijdelijke lokalen ombouwen tot schoolkliniek.” Deze tijdelijke lokalen gaan, als ze goed onderhouden worden, een jaar of vijf mee.
Foto: Florence Joy Maluyo/World Vision

Nieuwsoverzicht

De samenwerkende hulporganisaties achter Giro555: