Merlijn hoort schokkende verhalen uit de verwoeste dorpen

#AardbevingNepal – Woordvoerder Merlijn Stoffels brengt op zijn eerste dag in Nepal een bezoek aan het gebied vlakbij het epicentrum, waar dorpen soms compleet zijn weggevaagd. In een van de gehuchten klampen de bewoners hem aan met schokkende verhalen over omgekomen familie.

“Op dag 5 na de ramp is mijn eerste dag in Nepal aangebroken. We vertrekken naar het bergdorpje Sathi Ghar in de provincie Kaure, met een opdracht van Patrick Fuller, teamleider communicatie van het Internationale Rode Kruis. Hij wil dat we informatie, verhalen en beeld verzamelen in de dorpen dichter bij het epicentrum. Ik sluit me daarom aan bij een team van hulpverleners dat de schade inventariseert en onderzoekt aan welke hulp behoefte is.

Reis naar het rampgebied

Het dorp Sathi Ghar ligt zo’n drie uur rijden ten westen van Kathmandu. De chauffeur manoeuvreert de auto langs de scheuren in de weg. We rijden langs de volledig ingestorte tempel die op de lijst van Unesco Werelderfgoed staat. Onderweg passeren we in de haast opgezette tentenkampen. Rode Kruis-hulpverleners zijn druk in de weer om pompen te slaan voor schoon drinkwater. Wat me opvalt, is dat veel mensen een mondkapje dragen om voorkomen dat ze de smog inademen. De vuile lucht kan niet weg omdat stad is gelegen in een vallei te midden van het hooggebergte. De autorit naar het berglandschap is prachtig. Je zou bijna vergeten dat je in een rampgebied bent. Maar als we in het dorpje aankomen verdwijnt dat vakantiegevoel snel.

 

Geen hulp voor gewonden

Het is alsof er een bom is ontploft in het dorpje. Van de 200 huizen staat bijna geen muur meer overeind. Het deed me denken aan de verwoesting door de orkaan Hayan die ik zag op de Filipijnen. Wij zijn de eerste buitenlanders die het dorp bezoeken na de aardbeving. De burgemeester komt ons huilend tegemoet. Hij wijst ons team op alle schade en vertelt dat in zijn dorp elf mensen zijn omgekomen. Voor de gewonden was er geen hulp, want een ziekenhuis is er niet. Veel vee is omgekomen, omdat de mensen de dieren meestal in huis houden, en de akkers zijn verwoest. De dorpsbewoners vertellen het team wat ze nodig hebben. De teamleider noteert alles.

 

 

Wrakstukken van huisraad

In de verwoeste straten zie ik mensen verwoede pogingen doen om de troep op te ruimen, maar het is een onmogelijke opgave. De stapel stenen is te hoog. Tussen de stenen zijn de wrakstukken van de voormalige huisraad te zien zoals bedden, kasten en zelfs een televisie met een barst in het scherm. Een oude Nepalese van 77 jaar oud met een rode stip tussen haar ogen, het heilige derde oog, zoekt in het puin naar de foto van haar overleden echtgenoot. Dat ze dit op haar leeftijd nog moet meemaken, denk ik bij mezelf. De vorige grote aardbeving, in 1934 jaar geleden, heeft ze net niet meegemaakt. De verhalen kent ze wel. Ze zegt dat het een geluk bij een ongeluk was dat deze aardbeving overdag plaatsvond. Anders waren er volgens haar veel meer mensen overleden.

Gezinsdrama

De burgemeester brengt ons in contact met een man die zijn vrouw en dochter heeft verloren door de aardbeving. Zijn huis is veranderd in een puinhoop. Het ziet er surrealistisch uit. Ik zie het verdriet in zijn ogen en durf hem eigenlijk niet te vragen om in zijn gedachten terug te gaan naar die vreselijke gebeurtenis. Gelukkig begint hij uit zichzelf te vertellen. Tijdens de aardbeving was hij niet thuis. Na de aardbeving rende hij zo snel hij kon naar huis. Hij hoort zijn dochter nog roepen ‘Papa help me, papa help me’. Ze is bedolven onder een dikke laag stenen. Net als zijn vrouw, maar zij is stil. Met man en macht proberen ze het meisje nog te redden, maar ze zijn te laat. Ik hoor meerdere dorpsbewoners, die achter me meeluisteren, snikken. Ik voel mijn tranen opkomen, maar slik ze weg. De man lijkt te getraumatiseerd om te huilen. De man zegt niets meer te hebben, behalve een dochter die de ramp ternauwernood heeft overleefd. Ze ligt verderop onder een luifel met een grote pleister op haar hoofd. Ze kijkt me met holle ogen aan. Tijdens het gesprek ruik ik de penetrante geur van rottende lichamen, die ik herken van de ramp op de Filipijnen. Ik vraag waar dat vandaan komt. Er blijken nog honderd dode kippen onder het puin te liggen.

Zorgen over de toekomst

Ik spreek het 14-jarige jongetje aan dat nieuwsgierig achter mij aanloopt. Hij spreekt tot mijn verrassing goed Engels. De ramp blijkt ook zijn familie noodlottig te zijn geworden. Zijn zusje van 3 jaar en zijn tante zijn onder het puin bedolven. Hij mist zijn kleine lieve zusje, maar heeft besloten om sterk te zijn en niet meer te huilen, zegt hij dapper. Toch zie ik aan hem dat hij het er heel moeilijk mee heeft. Sinds de aardbeving slaapt hij in de open lucht. Vaak in de regen. Hij zegt zich zorgen te maken over zijn toekomst. Eten en drinken heeft hij nauwelijks en naar school kan hij niet meer, want ook die is ingestort. Met een brok in mijn keel verlaat ik dit dorp. Onderweg naar Kathmandu vertelt een hulpverlener van het lokale Rode Kruis dat in zijn district bijna alle hulpgoederen op zijn. Hij spreekt de hoop uit dat er uit de hele wereld snel meer hulp komt. Na het bezoek aan dit dorp kan ik niet anders dan dit beamen. Ik roep daarom alle Nederlanders opnieuw op om in actie te komen voor Nepal of direct te storten op Giro555.”

​Bron: Rode Kruis

 

Nieuwsoverzicht

De samenwerkende hulporganisaties achter Giro555: