Nederland
helpt
Nepal

Merlijn Stoffels: “Tijgers vallen dorpelingen aan”

Voor Merlijn Stoffels is de laatste dag aangebroken in Nepal. Bijna 2 weken na de aardbeving lijkt het leven in het zwaar getroffen land alweer gewone vormen aan te nemen, hoewel… tijgers op afstand houden en tentzeilen moeten bewaken… alles wijst erop dat de Nepalezen nog lang niet zover zijn om aan wederopbouw te denken.

‘We zijn bang’, vertelde één van de bewoners van het afgelegen dorp Sangha, vanochtend. ‘Sinds de aardbeving zijn de tijgers terug in ons dorp. Een paar dagen geleden hebben ze mijn geit meegenomen. In een ander dorp hebben de tijgers vier mensen aangevallen. Ze hebben het niet overleefd. Met brandende fakkels proberen we ze ’s nachts op afstand te houden.’

Sangha is omringd door prachtige, groene heuveltoppen. Je kunt het dorp alleen met een fourwheeldrive bereiken via een lange hobbelige rit over een zanderig pad. Op de hellingen zijn terrassen aangelegd waar gewassen groeien. Ik zie een groepje vrouwen in prachtige, kleurrijke jurken het land omploegen met de hand. Zwaar werk lijkt me. Het gewone leven wordt hier weer opgepakt. Dat viel me eerder vandaag, in de hoofdstad Kathmandu, ook al op. De uitgestorven buurten met dichte luiken zijn veranderd in levendige winkelstraten. Het aantal auto’s op de weg is flink toegenomen. We staan in de stad zelfs een paar keer vast in een verkeersopstopping. Wat een verschil met de eerste dag, toen ik aankwam in de hoofdstad van het land.

Tijdelijke huisvesting topprioriteit

In de getroffen gebieden van dit straatarme land zijn de mensen in de meeste gevallen volledig afhankelijk van noodhulp om te overleven. Het ontbreekt hen aan middelen om hun leven en huizen weer op te kunnen bouwen. Tijdelijke huisvesting organiseren is daarom topprioriteit voor de hulporganisaties. Vooral ook omdat het regenseizoen over een paar weken gaat beginnen. Het Rode Kruis heeft de afgelopen 12 dagen al 30.000 tentzeilen uitgedeeld, waardoor zo’n 130.000 mensen in de zwaarst getroffen gebieden weer een dak boven hun hoofd hebben. Een mooi begin, maar er is nog veel te doen. Dat merken we ook tijdens ons bezoek aan Sangha. Van de 135 huizen zijn 115 geheel of gedeeltelijk beschadigd door de aardbeving. We hebben tenten en afdekzeilen meegebracht naar het dorp. Het laatste stukje naar het dorp redt zelfs de fourwheeldrive niet. De weg houdt op en we moeten verder lopend de berg op. De jonge Nepalese Rode Kruis-vrijwilligers sjouwen de spullen op hun rug mee. Ik moet hollen om ze bij te houden. Ze hebben haast, want er moeten vandaag veel tenten opgezet worden.

Familietenten

Sinds het begin van de aardbeving zijn tienduizenden lokale hulpverleners van het Rode Kruis non-stop in touw. ‘Het is hard werken, maar het geeft me ook veel voldoening’, zegt een van de vrijwilligers. Hij doet dit vrijwilligerswerk naast zijn studie psychologie. Dat is de kracht van het Rode Kruis. Wereldwijd staan vrijwilligers, zonder dat ze er iets voor terug krijgen, altijd klaar om mensen in nood te helpen. Bij onze auto probeert een man een tentzeil uit de handen van de vrijwilliger te trekken. Zijn huis blijkt ook ingestort. Geduldig legt de hulpverleenster uit dat eerst de zwaarst getroffen hulp krijgen, maar dat ze zeker terug komen. Boos druipt de man af. Hij heeft met zijn familie geen andere optie dan de komende tijd in de buitenlucht te bivakkeren. Ondertussen rennen kindjes vrolijk in en uit de grote familietent die steeds meer vorm krijgt. Zoiets hebben ze nog niet eerder gezien. Een jongetje van twaalf, dat tijdens de aardbeving op de wc zat en nog net op tijd het huis uit wist te vluchten, zegt dat hij nooit meer in een stenen huis durft te slapen. De tent vindt hij veel veiliger.

Er komen gelukkig nog dagelijks vliegtuigen aan met hulpgoederen. Gisteren was ik op de luchthaven om foto’s en videomateriaal te maken van het uitladen van de hulpgoederen. Tenten, zaklampen, keukengerei, voedsel, twee Rode Kruis-wagens en onderdelen voor een noodziekenhuis, is de opbrengst van vandaag. Om het ziekenhuis te kunnen vervoeren zijn in totaal twee vliegtuigen, met zo’n 300 vierkante meter aan ruimte nodig. Dat is dan wel inclusief tenten, generatoren, medicijnen en alles wat nog meer nodig is om als noodziekenhuis drie maanden zelfvoorzienend te kunnen werken. Ik ben onder de indruk van de grootte van deze hulpoperatie. En dan te bedenken dat dit pas het begin is, want de wederopbouw moet nog beginnen. Later die avond is er op het hoofdkantoor van het lokale Rode Kruis een vergadering om hiervoor plannen te maken.

De wekker gaat. Het is 4:30 uur en ik ben klaar voor vertrek. Vurig hoop ik dat mijn terugreis wat voorspoediger zal verlopen dan de heenreis. In mijn mailbox zie ik de nieuwste tussenstand van Giro555. Nederland heeft € 13,6 miljoen ingezameld. Wat een fantastisch bedrag. Toch weet ik dat er nog veel meer geld nodig is om dit prachtige land, met zijn gastvrije bevolking, weer op te kunnen bouwen. Vanuit de lucht zie ik Nepal langzaam uit het zicht verdwijnen. Ooit hoop ik terug te keren, maar dan om te genieten van al het moois dat dit land te bieden heeft.”

Nieuwsoverzicht

De samenwerkende hulporganisaties achter Giro555:

Bij uitzonderlijke rampen slaan de 11 samenwerkende hulporganisaties de handen ineen onder de naam Giro555. Zij vragen heel Nederland zich aan te sluiten om geld in te zamelen voor hulp aan slachtoffers. Want samen redden we meer levens. Meer informatie

Blijf op de hoogte

Word een paar keer per jaar bijgepraat over de resultaten van de hulp. En ontvang als eerste een alert wanneer er een Giro555-actie start.