Noodhulpassessments: de juiste hulp bij de juiste mensen

Als mensen in nood zijn is de natuurlijke reflex bij veel mensen: mouwen opstropen en helpen. Noodhulpexperts benadrukken echter steeds dat het essentieel is bij het verlenen van hulp planmatig en zoveel mogelijk gecoördineerd te werk te gaan. Uitgangspunt is om de juiste hulp te bieden aan de juiste mensen, met respect voor de menselijke waardigheid van de slachtoffers. Assessments, gestructureerde beoordelingen van de situatie, helpen daarbij. Noodhulpdeskundige Paul Borsboom, namens de Samenwerkende Hulporganisaties, legt uit.

Medewerkers van Cordaid Mensen in Nood/Caritas tijdens een assessment in Ormoc

Wat staat er in een assessment?

“De allereerste beoordeling van de situatie gebeurt in Nederland. Wat was de aard van de ramp? Hoe groot is het rampgebied? Hoeveel mensen zijn getroffen? De informatie staat uiteraard de dag na de ramp in de krant. Maar hulporganisaties hebben hun eigen contacten die vaak meer gedetailleerde informatie aanleveren. Bij een grote ramp – met meer dan duizend doden of meer dan vijf miljoen getroffenen – gaan noodhulpexperts naar het land toe om ter plekke de situatie te evalueren en in kaart te brengen wat de noden zijn.

Noodhulp begint met de eerste levensbehoeften: voedsel, water, onderdak, medicijnen en zaken zoals dekens, matrassen en kookspullen. Voor de eerste evaluatie zal de noodhulpexpert dan ook daarnaar vragen. Hoewel altijd alle vijf nodig zijn in de eerste weken, heeft soms één aspect duidelijk voorrang op de andere. Zijn alle huizen weggewaaid, dan lijkt het alsof het uitdelen van tenten het allerbelangrijkste is. Maar mensen hebben misschien veel dringender schoon drinkwater nodig. Zonder drinkwater overleven mensen geen dag, en door het drinken van vervuild water kunnen ziekten uitbreken die net zoveel slachtoffers maken als de oorspronkelijke ramp”.

Hoe krijg je de informatie voor die assessments?
“Door met de mensen te spreken. Het is heel belangrijk dat de noodhulpexpert die de assesment maakt, zowel mannen als vrouwen van alle bevolkingslagen en groepen spreekt. Hun situatie kan sterk verschillen.”

Wat voor vragen stelt de noodhulpexpert?
“De noodhulpexpert vraagt niet alleen naar waar iemand gebrek aan heeft. Hij zal, zolang hij niet met een duidelijk getraumatiseerd persoon van doen heeft, ook altijd vragen wat iemand zelf nog kan en welke spullen hij nog heeft.

Hulporganisaties willen mensen zo kort mogelijk afhankelijk laten zijn van noodhulp en zoveel mogelijk inspraak geven in de hulp die zij nodig hebben. Dat is niet alleen effectiever maar het is ook goed voor hun zelfrespect.
Sommige mensen willen heel graag meehelpen met de hulpverlening. Hulporganisaties betalen mensen om mee te helpen met puin ruimen of goederen uitdelen. Zo kunnen zij hun eigen eten kopen. Anderen kunnen met een kleine steun in de rug (nieuw zaaigoed; nieuwe visnetten) weer hun oude werk oppakken.”

Na de eerste beoordeling van de situatie volgen er telkens nieuwe assessments. Waarom wordt er zoveel geëvalueerd?
“Omdat de situatie voortdurend verandert. Zo was er na de tsunami helemaal geen eten en drinken meer in het rampgebied. Omdat alleen de kuststrook getroffen was, was het relatief eenvoudig om binnen enkele dagen eten en drinken aan te voeren. De hulp kon verschuiven naar opbouw. En na de aardbeving in Haïti brak een cholera-epidemie uit. Daar moest snel en adequaat op worden ingesprongen door hulpverleners. In zo’n geval pas je aan de hand van evaluaties je hulpprogramma resoluut aan.

In de Filipijnen zijn eilanden getroffen. Om noodhulp ter plaatse te krijgen zijn boten nodig, en op iedere oever vrachtwagens. Het kost tijd om de wegen vrij te maken en vrachtwagens te organiseren. In die tijd kan de situatie veranderen. Mensen worden bijvoorbeeld uit de ergste gebieden geëvacueerd.

Soms worden mensen na een ramp opgevangen in scholen, tentenkampen of overheidsgebouwen, soms kunnen ze terecht bij familie of vrienden. Opvang in grote groepen is goed zichtbaar. Hulpverleners moeten opletten of ze niet per ongeluk mensen over het hoofd zien, die bij vrienden en familie zitten, maar net zo goed behoefte hebben aan voedselpakketten, dekens, potten en pannen of drinkwater. Latere evaluaties zijn bedoeld om dit soort zaken inzichtelijk te maken.

Wederopbouw begint ook altijd met een asessment. Daarvoor doen experts per onderwerp (onderdak, water, werkgelegenheid…) diepgravend onderzoek. Hoe was de situatie voor de ramp? Wat is de situatie nu? Aan welke eisen moet de wederopbouw voldoen? Vaak gaat wederopbouw in nauwe samenwerking met de overheid, die uiteindelijk bepaalt wat er mag gebeuren aan wederopbouw. Hulporganisaties kunnen, net als in Nederland, niet lukraak overal maar huizen gaan bouwen of waterzuiveringssystemen aanleggen. Regels met betrekking tot ruimtelijke ordening, landrecht en eigendomsrecht moeten worden nagekomen.”

Maken alle organisaties hun eigen assessments?
“Nee, veel informatie wordt gedeeld. De Verenigde Naties (UN OCHA) nemen vaak een coördinerende rol op zich, evenals de wereldwijde koepels (International Red Cross, Caritas Internationalis, etc.)

De Nederlandse organisaties gaan aan de slag in de gebieden waar zij al actief zijn en waar zij lokaal een netwerk hebben van organisaties waar ze al mee samen werkten. Die lokale organisaties leveren de allereerste informatie voor de eerste evaluatie. Vanwege culturele barrières of taalbarrières is het soms heel lastig voor staf uit Nederland om de juiste informatie te krijgen van slachtoffers. In sommige culturen vinden mensen het moeilijk om aan te geven dat zij hulp nodig hebben, of om aan te geven wat ze aan bezittingen nog over hebben. Lokale medewerkers kennen de gevoeligheden en weten hoe ze ermee om moeten gaan.

Organisaties doen vervolgens hun best om de mensen die zij ondervraagd hebben voor de evaluaties te laten weten wat zij met de informatie hebben gedaan.”

Doen organisaties de eerste week helemaal niets dan de situatie beoordelen?
“Lokaal wordt direct hulp verleend. Lokale organisaties hebben hun netwerken, bijvoorbeeld binnen kerkgemeenschappen of verenigingen, en zij kennen het gebied het beste. Zij kunnen daardoor zorgen dat de meest kwetsbare mensen de hulp krijgen die zij nodig hebben.

Zodra de allereerste situatieschets bekend is kan noodhulp opgestart worden. Binnen enkele dagen kunnen er waterzuiveringstabletten, tentzeilen en voedselpakketten uitgedeeld worden. Organisaties zijn daarop voorbereid; ze hebben vaak verspreid over de wereld opslagplaatsen en weten per regio waar ze voedsel kunnen inkopen.

Een heel wrang aspect van een ramp is dat mensen van de chaos profiteren. Kinderen die hun ouders zijn kwijtgeraakt lopen het risico het land uit gesmokkeld te worden. Kinderorganisaties zoals Unicef zetten daarom direct na de ramp al speciaal getrainde medewerkers op het vliegveld om dit te voorkomen. Ook zetten ze in de rampgebieden speciale tenten op waar kinderen veilig kunnen spelen. Het Rode Kruis richt zich vooral op het zo snel mogelijk opsporen van kwijtgeraakte familie.”

Nieuwsoverzicht

De samenwerkende hulporganisaties achter Giro555:

Bij uitzonderlijke rampen slaan de 11 samenwerkende hulporganisaties de handen ineen onder de naam Giro555. Zij vragen heel Nederland zich aan te sluiten om geld in te zamelen voor hulp aan slachtoffers. Want samen redden we meer levens. Meer informatie

Blijf op de hoogte

Word een paar keer per jaar bijgepraat over de resultaten van de hulp. En ontvang als eerste een alert wanneer er een Giro555-actie start.