Hoe werkt hulpverlening?

Na een ramp gaan hulpverleners die ter plaatse zijn direct aan de slag. Zij delen hulpgoederen uit, bieden medische hulp en helpen bijvoorbeeld met het vrijmaken van wegen om hulp ter plaatse kunnen krijgen. Als nodig gaan hulpverleners uit Nederland en andere landen zo snel mogelijk naar het gebied om hulp te bieden.

Partners, koepels en netwerken
De samenwerkende hulporganisaties achter Giro555 zijn in de meeste landen vertegenwoordigd met eigen mensen, of via hun koepel- of zusterorganisaties of partners. Daardoor hebben ze een netwerk ter plaatse dat ze direct kunnen inzetten voor hulpverlening. Meer lezen over partners, koepels en netwerken.

Coördinatie en samenwerking
Hulporganisaties proberen snel en goed in kaart te brengen hoe groot het rampgebied is, hoeveel dodelijke slachtoffers er zijn, welke eerste behoeften er zijn en hoe slachtoffers bereikt kunnen worden.
De overheid van het land waar de ramp heeft plaatsgevonden, zorgt voor de coördinatie. Dat doen zij samen met de Verenigde Naties en hulporganisaties. Zij stemmen hun hulp af in clustervergaderingen, zodat zij van elkaar weten welke hulp ze waar bieden en waar de hiaten zijn. Meer lezen over samenwerking en coördinatie

Financiering
In Nederland en andere landen gaan hulporganisaties op zoek naar geld om de hulpverlening te kunnen financieren. Zij kloppen daarvoor aan bij instellingen als het ministerie van Buitenlandse Zaken of de Wereldbank. Over het algemeen hebben ze ook eigen middelen die ze kunnen aanspreken. Daarnaast roepen zij vaak hun eigen achterban op om extra geld te doneren.
Bij een uitzonderlijke ramp waar veel geld voor nodig is, slaan de 11 samenwerkende hulporganisaties in Nederland de handen ineen onder de naam Giro555 en kondigen zij een Nationale Actie af.

In 7 andere landen ter wereld bestaan Nationale Acties. Zij zijn met elkaar verbonden in de alliantie Emergency Appeals Alliance, waardoor zij actie materialen uit kunnen wisselen en samen internationale bedrijven kunnen benaderen om zich in te zetten.

Kwaliteit van hulpverlening
U geeft aan Giro555 en wilt er zeker van zijn dat daarmee slachtoffers van een ramp op een zo goed mogelijke manier worden geholpen. Daarom moeten organisaties die zich aansluiten bij Giro555 voldoen aan de hoogste kwaliteitseisen en criteria die gelden voor hulporganisaties.

Alle organisaties achter Giro555 hebben een internationale gedragscode getekend, de ‘Code of Conduct for the International Red Cross and Red Crescent Movement and NGOs in Disaster Relief’. Daarmee spreken ze uit dat hulp op een onpartijdige manier gegeven moet worden, dat iedere hulpbehoevende hulp moet kunnen krijgen en dat speciale aandacht moet uitgaan naar de meest kwetsbaren.

Ook schrijft deze code voor dat hulp moet bijdragen aan het voorkomen van rampen in de toekomst, dat gebruik moet worden gemaakt van lokale capaciteit en dat slachtoffers betrokken moeten worden bij de planning en de uitvoering van de hulp, bijvoorbeeld bij de distributie van voedsel en goederen. Lees hier meer over kwaliteitsstandaarden van hulporganisaties achter Giro555

Kwetsbare groepen
Alle hulporganisaties besteden extra aandacht aan kwetsbare groepen, zoals mensen met een handicap of chronische ziekte, kinderen in het algemeen en kinderen die ouders hebben verloren, zwangere vrouwen, vrouwen die borstvoeding geven en eenoudergezinnen met een vrouw aan het hoofd, ouderen en de allerarmsten. Juist op het moment dat er onvoldoende fondsen beschikbaar zijn, is het belangrijk om de meest kwetsbaren voorrang te geven. Ook wordt hulpverlening aangepast aan specifieke behoeften. Als er bijvoorbeeld veel vrouwen met jonge kinderen aankomen in een vluchtelingenkamp, is het belangrijk dat er speciale baby- en peutervoeding beschikbaar is, maar ook onderwijs, een kinderarts of vrouwelijke maatschappelijk werkers voor mentale steun aan gelijkgestemden.

Capaciteitsopbouw
Met capaciteitsopbouw is het versterken van kennis en vaardigheden van de lokale bevolking, en van lokale organisaties en overheidsinstellingen. Het doel hiervan is om de uitvoering en kwaliteit van de hulpactiviteiten te verbeteren en de duurzaamheid te vergroten. Alle hulporganisaties achter Giro555 investeren in de competentieontwikkeling van hun eigen lokale medewerkers en partners. Dit kan middels trainingen of door intensief samen te werken met experts die hun kennis “on the job” overdragen. Naast kennis en vaardigheden wordt ook materiële steun gegeven zoals het renoveren van kantoren en leveren van materialen als computers. Ook dat is capaciteitsopbouw.

Voortzetting hulp & exitstrategieën
Elke Nationale Actie loopt na een vooraf vastgestelde periode af, waarbij al het gedoneerde geld is besteed en vele hulpactiviteiten tot een einde komen. Het is fijn als een land weer op eigen benen verder kan, maar dat vraagt een goede strategie na een periode met intensieve hulp van buitenaf.

Alle samenwerkende hulporganisaties achter Giro555 hebben een strategie om ervoor te zorgen dat hun inzet ook na afronding blijft bijdragen aan het verdere herstel van het land. Bijvoorbeeld door de verantwoordelijkheid over te dragen aan de lokale bevolking of de overheid. Soms blijft een organisatie werken in het getroffen land met geld uit andere financieringsbronnen en kan het de projecten onderbrengen in lange termijn hulpprogramma’s.

Pleitbezorging & lobby
Pleitbezorging is het aandacht vragen voor zaken als landrechten, gedwongen verhuizing, kinder- en mensenrechten, en het terugdringen van werkloosheid. Deze onderwerpen worden besproken met de nationale en lokale overheid, om ervoor te zorgen dat de overheid de belangen van de eigen bevolking nastreeft. Ook media, de Verenigde Naties, de Nederlandse overheid en andere belanghebbenden zijn doel van pleitbezorging of lobby activiteiten. Middels onderzoeksrapporten, voorlichting en lobby worden de onderwerpen aangekaart om zo een betere toekomst voor de bevolking te waarborgen.

Monitoring & evaluatie
De hulporganisaties zetten hun bestaande beleid en instrumenten in om de kwaliteit van de hulpverlening te garanderen. Zij monitoren programma’s door veldbezoeken te houden en de (tussentijdse) resultaten van de hulpactiviteiten te analyseren. Als daaruit blijkt dat dit nodig, kunnen de deelnemers hun hulpactiviteiten en gekozen strategieën tijdig aanpassen.

Evaluaties vinden plaats aan het einde van een project, of soms ook tussentijds. Deze evaluaties hebben tot doel verantwoording af te leggen over wat er gedaan is, maar ook om geleerde lessen te trekken die van waarde zijn bij nieuwe of vervolgprojecten.

Van noodhulp naar wederopbouw
Onder noodhulp wordt verstaan de tijdelijke hulp, direct volgend op een grote ramp of crisis, om de levensbedreigende situatie van de direct getroffenen, mensen wier leven bedreigd wordt en die hun woon- en werkomgeving en waardigheid geheel of gedeeltelijk zijn kwijtgeraakt, weg te nemen. Het doel van de noodhulp is het voorzien van de getroffenen van basisbenodigdheden zoals tijdelijk onderdak, water, voedsel, sanitaire voorzieningen, onderwijs, gezondheidszorg en bescherming.
De hulp bij wederopbouw is de hulp direct volgend op de noodhulp, gericht op vermindering van kwetsbaarheid van slachtoffers in niet levensbedreigende situaties (zoals herstel van woningen en andere faciliteiten, voorzieningen en economische activiteiten) en het terugdringen van risico’s van herhaling, onder meer via capaciteitsopbouw. Een strikte scheiding tussen noodhulp en wederopbouw is in de praktijk niet te maken.

Verantwoording aan de overlevenden
Hulp is het meest effectief wanneer hulporganisaties de getroffenen vanaf het begin betrekken bij de planning en de uitvoering van de hulp, hen mede verantwoordelijk maken en aan hen verantwoording afleggen. Deze benadering komt de kwaliteit van de projecten ten goede, is kostenbesparend en efficiënt. De lokale bevolking weet immers wat de belangrijkste noden zijn en wie het meeste voor hulp in aanmerking komt. Bovendien heeft zij cruciale kennis over de producten en materialen die beschikbaar en gebruikelijk zijn in de regio.

Mechanismen die ontwikkeld zijn om getroffenen de mogelijkheid te geven invloed uit te oefenen op de besluitvorming, zijn de principes van het Humanitarian Accountability Partnership – International (HAP-I), die veel hulporganisaties onderschrijven. Deze principes helpen organisaties transparanter te worden, verantwoording af te leggen aan de ontvangers van de hulp en ontvangers de mogelijkheid te bieden feedback te geven.

Voorbeelden:
• Door middel van groepsdiscussies en zogenaamde ‘needs assessments’, worden hulpbehoevenden gevraagd mee te denken in het opzetten van hulpactiviteiten. Tijdens de ‘needs assessments’ worden mensen gevraagd naar hun behoeften. Kinderen, vrouwen of andere groepen die niet altijd een goede kans krijgen hun mening te laten horen, worden apart ondervraagd. Vervolgens organiseren de organisaties bijeenkomsten om de definitieve aanpak en activiteiten voor te leggen.
• Ontvangers van hulp wordt gevraagd om feedback te geven over de activiteiten en hulpgoederen. Op basis van de feedback wordt geëvalueerd, zodat organisaties hiervan kunnen leren en in de toekomst hun programma’s nog efficiënter kunnen maken.
• Veelal hebben organisaties ook een ideeënbox of een klachtenprocedure.

De samenwerkende hulporganisaties achter Giro555: