De hulp

De inkomsten voor de aardbeving in Pakistan en India in 2005 liepen aanvankelijk langzaam. De media hadden er in het begin weinig aandacht voor. Een aardbeving komt immers wel vaker voor. Maar na twee weken kwam daar snel verandering in. Oproepen van VN-baas Kofi Annan en Jan Egeland van de humanitaire afdeling van de VN hadden effect. Zij zetten de aardbeving op de kaart. En in Nederland raakte een reportage over het meisje Taskeen dat haar been moest laten amputeren vele harten. De nationale tv-uitzending in samenwerking met de Publieke Omroep deed daar nog een schepje bovenop. De opbrengst werd uiteindelijk meer dan € 42 miljoen. Dankzij giften van particulieren, bedrijven, gemeenten, provincies en het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Met dit geld is eerst noodhulp gegeven. Er zijn onder meer tenten en dekens uitgedeeld, sanitaire voorzieningen aangelegd, medische posten ingericht en tijdelijke scholen opgezet. Hierdoor konden mensen die hun huis en haard verloren waren toch de koude winter doorkomen. Halverwege 2006 is begonnen met de wederopbouw. Water en sanitaire voorzieningen, scholen en gezondheidsposten in de dorpen moesten worden hersteld. Daarnaast was het belangrijk dat mensen weer een bestaan konden opbouwen, zodat zij niet langer van de hulp afhankelijk zouden blijven. Hierdoor konden miljoenen Pakistanen en Indiërs, weer hun leven hervatten. In de eindrapportage staat beschreven welke hulp is geboden.

Foto's



De samenwerkende hulporganisaties achter Giro555: