Rode Kruis: “Ramp of geen ramp, de Filipino’s gaan naar de kerk”

Woordvoerder Merlijn Stoffels van Het Rode Kruis is in de Filipijnen en houdt een blog bij over zijn ervaringen op de Filipijnen.

“Het lijkt alsof er een bom ontploft is als ik uit het raam van de auto kijk in Tacloban. Geen huis staat meer overeind. Ik zie een auto rechtop tegen een muur staan. Even verderop ligt een vrachtwagen op zijn kant, als een veertje opgetild door de tyfoon. Ik kan mijn ogen niet geloven. Toch is het de bittere waarheid. De grond is bezaaid met puin, zoals hout, dakplaten, koelkasten, tv’s en soms nog een lichaam ertussenin. We passeren een vrachtwagen vol met lijken. Vrijwilligers van het Rode Kruis en het leger zijn druk in de weer om de lichamen te bergen. Daarnaast strooien ze wit poeder om de stank tegen te gaan. Dat is geen overbodige luxe, want op de plekken waar de lichamen liggen te rotten, hangt een heel indringende zure lucht.  Ineens begint het hard te regenen. Een stuk karton boven hun hoofd is de enige bescherming die de Filipino’s hebben. Een plek om te schuilen is er niet. Langs de weg staan veel borden met de teksten ‘help us’ en ‘we need food and water’. Kleine kinderen houden hun hand op in de hoop dat één van de auto’s zal stoppen om ze wat te geven.
Naar de kerk

Vandaag is het zondag. De Filipijnen is het enige land in Azië waar de meerderheid van de bevolking katholiek is. Ramp of geen ramp, de Filipino’s gaan naar de kerk.  Zelfs al is de kerk totaal vernietigd. We zien dat de priesters staan te prediken tussen de brokstukken als we richting Tacloban rijden.  In een andere kerk hoor ik psalmen klinken. Het heeft iets vredigs in deze enorme chaos. Als ik om me heen kijk en zie wat het natuurgeweld heeft aangericht, kan ik niet anders dan respect hebben voor de mensen die ondanks alles God en de kerk trouw blijven. ‘Het lijkt wel een oorlogsgebied’ zegt mijn Rode Kruis-collega Gen met verdriet in haar stem. Ik knik instemmend. De rook tussen de puinhopen en het vuil dat wordt verbrand door de mensen, versterkt dat gevoel. Oorlog en een ramp, eigenlijk verschillen ze helemaal niet zoveel van elkaar; de slachtoffers worstelen met dezelfde problemen.
Behoefte aan alles

Onderweg zien we gelukkig regelmatig Rode Kruis-watertrucks en hulpverleners in actie. Ze delen hulpgoederen uit en helpen met het opruimen van het puin. In Tacloban gaan we langs bij de tijdelijke basis van het Rode Kruis, in het Leyte Park Hotel. Het hotel ligt op een berg en is daarom minder beschadigd dan de rest van de stad. Overal uit de wereld zijn Rode Kruisers naar Tacloban gekomen om hulp te verlenen. Variërend van traditionele tot hoog-specialistische hulp, zoals forensische experts voor het identificeren van lijken en wateringenieurs die helpen met het aanleggen van wateraanvoer. Aan alles is behoefte. Ik zie vrachtwagens met hulpgoederen af en aan rijden. In het hotel verblijven ook veel journalisten. Aan de voet van de berg staan verschillende tentjes met camera’s opgesteld. Verslaggevers die live spreken met de hun presentatoren in de studio, met als achtergrond de verwoeste stad. De woordvoerder van het Internationale Rode Kruis wordt geïnterviewd. ‘Ideaal om dichtbij elkaar te zitten, dan kunnen we elkaar tenminste goed op de hoogte houden’, vertrouwt hij mij later toe.

Tentje

Daarna vervolgen we de route naar het nabijgelegen eiland Samar. De eilanden zijn met een grote brug met elkaar verbonden. We rijden uren langs verwoeste dorpen en steden. De één nog erger dan de ander. De bergen die ooit prachtig groen waren zijn nu bruin. Alle palmbomen zijn onthoofd. Ons eindpunt vandaag is Guiuan. Deze stad werd als eerste getroffen door de orkaan en is totaal van de kaart geveegd. Bijna alle 50.000 inwoners zijn getroffen. Gelukkig zijn er ‘maar’ 100 doden te betreuren. Minder erg dan in Tacloban, want die stad werd ook nog eens getroffen door een vloedgolf. Ik spreek een vrouw die is gevlucht uit Tacloban. Ze moest weg want er is daar niet genoeg drinkwater voor iedereen. ‘Anders zouden we het niet overleven’, zegt ze. We brengen de nacht door bij collega’s van het Filipijnse Rode Kruis. Ze slapen op de luchthaven, waar de hulpgoederen massaal worden ingevlogen. Ze hebben niet eens genoeg tenten om in te slapen. Als ik mijn tentje heb opgezet, beloof ik dat ze de mijne mogen hebben als ik wegga. Ze beginnen te stralen van geluk en beloven dat ze hem door zullen geven aan andere slachtoffers die hem hard nodig hebben als zij weg gaan.”

Nieuwsoverzicht

De samenwerkende hulporganisaties achter Giro555:

Bij uitzonderlijke rampen slaan de 11 samenwerkende hulporganisaties de handen ineen onder de naam Giro555. Zij vragen heel Nederland zich aan te sluiten om geld in te zamelen voor hulp aan slachtoffers. Want samen redden we meer levens. Meer informatie

Blijf op de hoogte

Word een paar keer per jaar bijgepraat over de resultaten van de hulp. En ontvang als eerste een alert wanneer er een Giro555-actie start.