Veelgestelde vragen

Wat is er aan de hand?

Door een combinatie van extreme droogte, effecten van klimaatverandering en geweld, heerst in maar liefst vier landen een hongercrisis: Zuid-Soedan, Noordoost-Nigeria, Somalië en Jemen. In totaal hebben meer dan 20 miljoen mensen te weinig voedsel. 1,4 miljoen kinderen zijn ernstig ondervoed. Voor hen komen we in actie.

Waarom is er weer hongersnood?

Hulporganisaties hebben de afgelopen zes jaar alles op alles gezet om een nieuwe hongersnood te voorkomen. Na de hongersnood in Somalië in 2011 zei de wereld: dit nooit meer. Dat er nu toch weer hongersnood is, komt door een fatale combinatie van extreme droogte en conflict.

Honger door droogte
Droogteperiodes zijn een terugkerend fenomeen in grote delen van Afrika. Het veranderend klimaat brengt de voedselvoorziening steeds meer in gevaar. Vooral in de Hoorn van Afrika heeft het klimaatfenomeen El Niño extreme droogte veroorzaakt. In gebieden waar veel vluchtelingen verblijven, worden vaak alle bomen en bosjes gekapt omdat ze brandhout nodig hebben om eten te koken. Daardoor neemt de droogte en erosie nog verder toe.

Eeuwenoude gewoontes werken niet meer
Ook hebben boeren in heel Afrika steeds meer moeite om hun gewassen te verbouwen, doordat weerpatronen steeds grilliger worden. Eeuwenlange gewoontes voor zaaien en oogsten raken in de war en zaden zijn niet goed meer bestand tegen het veranderende klimaat.

Grondwater verdwijnt
Ook andere factoren spelen mee. Zo wordt steeds meer water uit de ondergrond weggezogen voor landbouw en door het aanleggen van diepe putten. Ook rivieren worden steeds vaker omgeleid, gebruikt voor irrigatie of energieopwekking, en ook dat leidt tot problemen in de landbouw verder stroomafwaarts. Verder heeft de aanleg van grote plantages of wildparken door buitenlandse bedrijven gevolgen voor de beschikbaarheid van landbouwgrond en water.

Getroffen landen strijden tegen droogte
De getroffen landen doen zoveel mogelijk om de gevolgen van droogte zoveel mogelijk te beperken. Maar de huidige situatie is zo extreem, dat ze de situatie niet langer aankunnen.

Buurlanden bezwijken
Buurlanden die te hulp zijn geschoten, dreigen nu zelf te bezwijken. De crisis in Niger, Tsjaad en Kameroen is vooral ontstaan doordat het conflict in Noordoost-Nigeria overslaat naar de grensstreken van deze landen. De last van honderdduizenden vluchtelingen uit Noordoost-Nigeria en de eigen ontheemden, hebben ervoor gezorgd dat de voedselsituatie in deze landen geheel instort. Ook Noord-Oeganda gaat gebukt onder de druk van honderdduizenden vluchtelingen uit Zuid-Sudan. In Nederland en Europa wordt te makkelijk gezegd dat vluchtelingen in eigen regio moeten worden opgevangen – in deze regio’s is de rek er volledig uit.

Honger door conflict
In Noordoost-Nigeria, Jemen en Zuid Sudan is geweld een tweede belangrijke oorzaak. Noodhulp lost gewelddadige crises niet op. Hulpverleners maken geen eind aan oorlogen. Daarvoor is structurele hulp, diplomatie en politieke druk nodig. Maar passief toekijken als duizenden mensen sterven en miljoenen langzaam afglijden naar een hongersnood, is menselijkerwijs geen optie.

Hoe helpen de hulporganisaties?

De hulp – mede mogelijk met geld van Giro555 – is gericht op het helpen van slachtoffers van de hongersnood, tot zij zelf weer in staat zijn om in hun voedselbehoefte te voorzien. Zonder deze hulp zullen miljoenen mensen honger lijden. Daarbij is een tekort aan basisvoorzieningen, zoals schoon water en gezondheidszorg. Door slechte hygiëne en vervuild (drink)water worden ziektes overgedragen en door de verzwakte staat waar veel mensen in verkeren zijn zij extra vatbaar.

Het Giro555-geld besteden de hulporganisaties binnen de clusters: voeding, water, sanitatie en hygiëne, gezondheidszorg en economische ondersteuning en levensonderhoud.

Zo zorgen de hulporganisaties voor voedseldistributies, bijvoeding van ernstig ondervoede kinderen en acute medische hulp om de impact van honger op korte termijn te beperken. Ook wordt bijgedragen aan het herstel van medische faciliteiten en de bestrijding van cholera en andere besmettelijke ziekten. Er worden waterputten en andere watervoorzieningen hersteld of gebouwd, hygiënekits (met o.a. zeep, waterzuiveringstabletten en maandverband) uitgedeeld. Ook wordt er voorlichting over het belang van goede hygiëne gegeven om te voorkomen dat mensen ziek worden of ziektes zich verder verspreiden.

Op plekken waar de grond vruchtbaar – en de situatie veilig – genoeg is om weer te zaaien, worden droogtebestendige zaden en gereedschap uitgedeeld. Ook worden mensen ondersteund met andere vormen van levensonderhoud, zoals het uitdelen van visgereedschap of het bijvoeden van sterk vermagerd vee.

Wat is het doel van de actie?

Met de 11 bij Giro555 aangesloten hulporganisaties willen we samen zoveel mogelijk geld ophalen voor hulp aan de door honger getroffen gebieden. Dat geld is hard nodig om de hulpverlening verder te kunnen uitbreiden, omdat ook de voedseltekorten door tegenvallende oogsten steeds verder zullen toenemen. Samen willen we een nog grotere ramp voorkomen.

Op welke landen richt de actie zich?

De actie richt zich op Zuid-Soedan, Noordoost-Nigeria, Somalië en Jemen, waar zich de ergste honger afspeelt, én op een aantal buurlanden waar ook ernstige voedseltekorten zijn. Door de toestroom van vluchtelingen stort de voedselsituatie ook in de buurlanden in snel tempo in.

  • In delen van Zuid-Soedan heerst volgens de VN nu al een hongersnood, terwijl delen van Jemen, het Noorden van Nigeria en Somalië op de rand balanceren. In nu afgesloten gebieden in Noordoost-Nigeria zou nu zelfs al hongersnood kunnen heersen.
  • In de buurlanden van Nigeria, (Niger, Tsjaad en Kameroen) leven 800.000 mensen met ernstige voedseltekorten.
  • De extreme droogte die Somalië treft, maakt ook steeds meer slachtoffers in Kenia en Ethiopië , waar meer dan 500.000 kinderen ernstige ondervoed zijn.
  • In het noorden van Uganda hebben 700.000 vluchtelingen uit Zuid-Soedan ook dringend hulp nodig.

Hoe is Giro555 tot de landenkeuze voor de actie Help slachtoffers hongersnood gekomen?

In deze vier landen is sprake van het hoogste aantal mensen dat risico loopt te komen overlijden aan de gevolgen van hongersnood. Voor Zuid-Soedan is al officieel een hongersnood afgekondigd, in de andere landen is sprake van ernstige voedseltekorten en dreigt op korte termijn een hongersnood. De voorspellingen zijn slecht. Twintig miljoen mensen zijn niet meer in staat om in eigen voedsel te voorzien en hebben hulp nodig. De voorspelling is dat als we niet ingrijpen, er op meer plekken hongersnood uitbreekt. Dat werd ook onderschreven door de VN en WFP (World Food Program) begin maart, die aangaven dat de situatie voor deze vier landen kritiek is en 20 miljoen mensenlevens worden bedreigd.

Giro555 baseert zich op cijfer van UN OCHA (de noodhulporganisatie van de Verenigde Naties). Daarnaast gebruikt Giro555 informatie van FEWS NET (Famine Early Warning Systems Network). FEWS NET biedt data en analyses om overheden en hulporganisaties te informeren over acute voedselonzekerheid. Met deze data en analyses stellen zij een onafhankelijke IPC-kwalificatie op. Deze kwalificatie kent vijf categorieën, oplopend van 1 tot 5. Hoe hoger het IPC-cijfer dat voor een land of regio, des te ernstiger is het voedseltekort, des te hoger het aantal mensen dat sterft vanwege voedselgebrek en des te hoger het percentage ondervoede kinderen. Categorie 5 wordt officieel hongersnood genoemd.
Voor de vier landen geldt:
Zuid-Soedan IPC 5
Noordoost Nigeria, Somalië, Jemen IPC 3 en 4
In totaal leven 20 miljoen mensen in regio’s met IPC 3 – 5.

De aantallen van UN OCHA en FEWS NET tonen aan hoe de crisis een groot percentage van de algehele bevolking beïnvloedt. De aantallen laten zien hoe groot de response moet zijn en hoeveel actoren betrokken moeten zijn in het reageren op de crisis.

 

Hoe wordt het geld van deze actie verdeeld over de landen?

Er is besloten om minimaal 80% van de totale opbrengst in de 4 focuslanden (Zuid-Soedan, Noordoost-Nigeria, Somalië en Jemen) te besteden en maximaal 20% in de omringende landen (Kenia, Niger, Ethiopië en Oeganda). In elk van de focuslanden wordt minimaal 15% van de totale opbrengst besteedt. De exacte verdeling wordt bekend als duidelijk is hoeveel geld er in totaal beschikbaar is. Pas dan kunnen de hulporganisaties de laatste programma’s definitief maken.

 

Welke organisaties helpen in welke landen?

Op basis van de noden, de capaciteit van de organisaties in de verschillende landen en de beschikbare middelen, hebben de organisaties gezamenlijk besloten in welke landen zij de Giro555 gelden in gaan zetten:

  • Zuid-Soedan: Cordaid, ICCO & Kerk in Actie, Nederlandse Rode Kruis, Oxfam Novib, Plan Nederland, Save the Children, Stichting Vluchteling en Terre des Hommes.
  • Noordoost Nigeria: ICCO & Kerk in Actie, Nederlandse Rode Kruis, Oxfam Novib, Plan Nederland en UNICEF Nederland.
  • Somalië: Cordaid, ICCO & Kerk in Actie, Nederlandse Rode Kruis, Oxfam Novib, Save the Children, Stichting Vluchteling en World Vision.
  • Jemen: CARE Nederland, Nederlandse Rode Kruis, Stichting Vluchteling, UNICEF Nederland en Oxfam Novib.
  • Kenia: Nederlandse Rode Kruis, Terre des Hommes en UNICEF Nederland.
  • Niger: Oxfam Novib.
  • Ethiopië: ICCO & Kerk in Actie
  • Oeganda: Nederlandse Rode Kruis en Cordaid

Daarbij wordt minimaal 80% van de totale actieopbrengst in de 4 focuslanden (Zuid-Soedan, Noordoost-Nigeria, Somalië en Jemen) besteed en maximaal 20% in de omringende landen (Kenia, Niger, Ethiopië en Oeganda).

Hoeveel geld heeft Giro555 voor deze actie vanuit de overheid gekregen?

De samenwerkende hulporganisaties hebben via Giro555 vanuit het Ministerie van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking 2 miljoen euro ontvangen.

In totaal heeft het kabinet meer geld uitgetrokken voor hulp aan de slachtoffers van de hongersnoden in Nigeria, Zuid-Soedan, Somalië en Jemen. 9 miljoen euro werd ingezet via het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de Verenigde Naties (waarvan 5 miljoen euro voor Jemen en 4 miljoen euro voor Nigeria). En 6 miljoen euro werd toebedeeld aan het ICRC (waarvan 2 miljoen euro voor Somalië en 4 miljoen euro voor Zuid-Soedan). Het kabinet draagt via verschillende kanalen bij voor deze hongersnoden, omdat elk kanaal zijn eigen eigenschappen en expertise heeft en de mensen in de gebieden zo goed mogelijk bereikt worden.

Waarom nu pas in actie?

De meeste hulporganisaties zijn al jarenlang in deze gebieden aanwezig en zijn al maanden bezig om de hulp op te schalen. We hebben regelmatig overwogen of we samen in actie moesten komen maar de veelheid van crisissen en de complexiteit maakten het moeilijk om een duidelijke en voor het publiek aansprekende actie te starten. Veel organisaties hebben al wel zelf aandacht gevraagd voor deze crisissen, maar het bleek moeilijk om de aandacht erop te vestigen.

In het voorjaar 2017 veranderde: de media lieten steeds meer verhalen zien uit de getroffen gebieden en het feit dat de VN een hongersnood verklaarde voor Zuid-Soedan heeft de doorslag gegeven. Er is een noodsituatie, er is steeds meer hulp nodig, we konden niet langer wachten. Daarom hebben we de handen ineen geslagen om meer geld op te halen voor hulp aan de slachtoffers van deze hongerramp.

Was er een nationale actiedag?

Ja op woensdag 29 maart werd de ‘5-daagse voor 555’ afgerond met een grote actiedag op radio, TV én online kanalen.

De actiedag vond van 5.55 tot 24.00 uur plaats in Beeld en Geluid in Hilversum.

De samenwerkende hulporganisaties achter Giro555: