De ramp

Afghanistan verkeerde in 2001 in een ernstige humanitaire crisis. Jaren van oorlog en een langdurige droogte hadden grote gevolgen voor miljoenen mensen. Na de aanslagen van 11 september en het begin van de militaire operatie in Afghanistan verslechterde de situatie verder. Op 30 oktober startten de samenwerkende hulporganisaties daarom de nationale actie ‘Help de Afghanen, juist nu’. De actie bracht uiteindelijk € 3,6 miljoen op.

Jaren van oorlog en droogte

De crisis in Afghanistan begon niet in het najaar van 2001. Het land werd al meer dan twintig jaar geteisterd door oorlog en had bovendien te maken met een langdurige, ernstige droogte. Eind september 2001 waren volgens de Verenigde Naties meer dan 5 miljoen mensen afhankelijk van hulp. Ook waren vele mensen op de vlucht. Begin 2001 waren volgens UNHCR al ongeveer een half miljoen mensen binnen Afghanistan ontheemd door een combinatie van conflict, droogte en voedseltekorten. Miljoenen Afghanen verbleven daarnaast in buurlanden, met name in Pakistan en Iran.

Na de aanslagen van 11 september nam de onzekerheid verder toe. Op 7 oktober begonnen de Verenigde Staten en bondgenoten met bombardementen op Afghanistan. Hierdoor sloegen opnieuw honderdduizenden mensen op de vlucht. Ondertussen naderde de strenge Afghaanse winter.

Miljoenen mensen hadden hulp nodig

De humanitaire nood was groot. In oktober hielden de Verenigde Naties rekening met 7,5 miljoen kwetsbare mensen in Afghanistan die hulp nodig hadden en nog eens 1,5 miljoen mensen die mogelijk naar buurlanden zouden vluchten.

Vooral voedsel was dringend nodig. Door de jarenlange oorlog en droogte waren oogsten mislukt, was de veestapel sterk afgenomen en waren irrigatiesystemen beschadigd of onbruikbaar geworden. Ook de infrastructuur was er slecht aan toe. 

Nederland komt in actie

Op 30 oktober 2001 begon de nationale actie ‘Help de Afghanen, juist nu’. Tien hulporganisaties namen deel aan de actie. Zij waren al actief in Afghanistan en de omliggende landen en wilden met het ingezamelde geld hun noodhulp uitbreiden.

Er was vooral behoefte aan voedsel, onderdak, schoon drinkwater, sanitaire voorzieningen en gezondheidszorg. De landelijke inzamelingsperiode liep tot en met 31 januari 2002. De hulpverlening met het ingezamelde geld liep door tot oktober 2003.

Een humanitaire crisis die nauwelijks in beeld kwam

De inzamelingsactie kwam in Nederland relatief langzaam op gang. Op 12 november, bijna twee weken na de start, was ongeveer 2,5 miljoen gulden ingezameld. Daarvan kwam 1 miljoen gulden van Stichting DOEN.

Volgens de hulporganisaties speelde het gebrek aan beelden uit Afghanistan daarbij een belangrijke rol. Het land was grotendeels afgesloten van de buitenwereld en buitenlandse journalisten konden nauwelijks laten zien wat er gebeurde. Daardoor bleef de omvang van de humanitaire nood voor het Nederlandse publiek grotendeels buiten beeld.

De bombardementen en de politieke context hadden volgens de hulporganisaties invloed op de bereidheid om geld te geven. Tegelijkertijd benadrukten zij dat hulp mogelijk was. De deelnemende organisaties waren al in Afghanistan en de omliggende landen actief en konden via hun bestaande medewerkers en partners hulp bieden.

Moeilijke omstandigheden

Het was niet eenvoudig om hulp te verlenen. Door de aanhoudende onveiligheid konden hulpverleners sommige gebieden niet bereiken en was het moeilijk om projecten goed te volgen. Transporten liepen vertraging op door geweld en door slechte en onbegaanbare wegen. Vooral in berggebieden zorgde de Afghaanse winter voor vertraging.

Noodhulp in Afghanistan en buurlanden

Met het ingezamelde geld werd vooral noodhulp geboden in Afghanistan zelf, maar ook aan Afghanen in Pakistan en Iran. Mensen ontvingen onder meer voedsel, tenten, dekens, kleding en andere basisgoederen. Ook werden watervoorzieningen aangelegd en irrigatiesystemen hersteld.

Gezondheidszorg vormde een belangrijk onderdeel van de hulp. Zo ondersteunde het Nederlandse Rode Kruis 48 klinieken en vijf mobiele noodhulpeenheden. Andere hulporganisaties boden medische zorg en voeding via klinieken en kampen en verstrekten medicijnen.

Scholen ontvingen materialen en meubilair en beschadigde onderwijsvoorzieningen werden hersteld. Daarnaast werden huizen en andere onderkomens gebouwd of hersteld om mensen bescherming te bieden. 

Meer weten?

De samenwerkende hulporganisaties achter Giro555:

Bij uitzonderlijke rampen slaan de samenwerkende hulporganisaties de handen ineen onder de naam Giro555. Heel Nederland kan zich aansluiten om geld in te zamelen voor hulp aan slachtoffers. Samen in actie voor noodhulp. Meer informatie