De ramp
Op 29 april 1991 werd de zuidoostkust van Bangladesh getroffen door een van de zwaarste natuurrampen uit de geschiedenis van het land. Een zeer krachtige tropische cycloon trok vanuit de Golf van Bengalen aan land met windsnelheden tot ongeveer 250 kilometer per uur. De storm ging gepaard met een stormvloed van ongeveer zes meter hoog, waardoor grote delen van de laaggelegen kustgebieden en eilanden werden overspoeld.
Volgens de Verenigde Naties kwamen meer dan 138.000 mensen om het leven en werden ongeveer 10 miljoen mensen door de ramp getroffen. Honderdduizenden woningen werden verwoest of zwaar beschadigd. Ook scholen, gezondheidscentra, wegen en andere vitale infrastructuur liepen grote schade op. Daarnaast gingen oogsten verloren en verdronken veel dieren, waardoor de ramp ook de voedselvoorziening en bestaansmiddelen van miljoenen mensen ernstig aantastte.
De eerste dagen na de cycloon verliepen de reddings- en hulpoperaties onder uiterst moeilijke omstandigheden. Aanhoudende zware regenval, harde wind en een ruwe zee maakten het onmogelijk om helikopters in te zetten en vertraagden hulptransporten over zee. Veel eilanden en afgelegen kustgebieden waren daardoor dagenlang nauwelijks bereikbaar, waardoor reddingswerkzaamheden en de eerste noodhulp aanzienlijk werden bemoeilijkt.

De actie
Op 2 mei 1991 besloten de samenwerkende hulporganisaties na een spoedoverleg een landelijke inzamelingsactie te starten voor de slachtoffers van de cycloon. De actie liep enkele weken door. Die relatief korte campagne was een bewuste keuze. In de eerste weken na een ramp is de humanitaire nood het hoogst en berichten de media uitgebreid over de situatie in het getroffen gebied. Door de landelijke inzamelingsactie op die periode af te stemmen, konden de hulporganisaties snel geld inzamelen voor levensreddende noodhulp.
De landelijke actie voor Bangladesh volgde op een uitzonderlijk druk jaar voor de samenwerkende hulporganisaties. Sinds de zomer van 1990 waren al landelijke inzamelingsacties georganiseerd voor de slachtoffers van de aardbeving in Iran, de Golfcrisis, de hongersnood in Afrika en de Golfoorlog en de daaropvolgende vluchtelingencrisis in Irak. Ondanks deze opeenvolging van grote humanitaire rampen besloten de hulporganisaties opnieuw een dringend beroep te doen op het Nederlandse publiek.
De inzamelingsactie bracht uiteindelijk 14,5 miljoen gulden op, omgerekend 6,5 miljoen euro.
De hulp
Met de opbrengst van de actie konden de hulporganisaties achter Giro555 samen met hun lokale partnerorganisaties direct hulp bieden aan de zwaarst getroffen gebieden. De opbrengst werd voornamelijk ingezet voor directe noodhulp, waaronder voedsel, schoon drinkwater, medische zorg, noodonderdak en dekens. Tegelijkertijd financierden de hulporganisaties al de eerste stappen van de wederopbouw. Zo werden zaaigoed en landbouwgereedschap aangeschaft, waterpompen geïnstalleerd en woningen gebouwd of hersteld. Daarmee konden getroffen gezinnen niet alleen de eerste periode na de ramp overleven, maar ook hun bestaan weer opbouwen.
Blijvende lessen
De cycloon van 1991 liet zien hoe kwetsbaar de laaggelegen kustgebieden van Bangladesh waren voor tropische stormen en stormvloeden. De ramp onderstreepte het belang van goede rampenparaatheid en investeringen in preventie.
Verschillende hulporganisaties achter Giro555 bleven na de ramp actief in Bangladesh. Samen met partnerorganisaties en lokale teams ondersteunden zij projecten op het gebied van wederopbouw, rampenparaatheid en het vergroten van de weerbaarheid van gemeenschappen.
Credits foto’s: Alamy
De samenwerkende hulporganisaties achter Giro555:
Bij uitzonderlijke rampen slaan de samenwerkende hulporganisaties de handen ineen onder de naam Giro555. Heel Nederland kan zich aansluiten om geld in te zamelen voor hulp aan slachtoffers. Samen in actie voor noodhulp. Meer informatie








