De ramp
Vijf jaar nadat de hongersnood in Ethiopië wereldwijd de aandacht trok, ontstond eind 1989 opnieuw een ernstige voedselcrisis. Door een combinatie van aanhoudende droogte, mislukte oogsten en een burgeroorlog kwamen miljoenen mensen in de problemen. Vooral in de noordelijke regio’s Tigray, Eritrea (in 1989 was Eritrea nog geen onafhankelijk land, maar een provincie van Ethiopië. Eritrea werd pas in 1993 onafhankelijk) en Wollo ontstonden grote voedseltekorten. Boeren konden hun land vaak niet veilig bewerken en hulptransporten bereikten veel dorpen nauwelijks. Volgens de Verenigde Naties hadden miljoenen mensen dringend voedselhulp nodig om een nieuwe hongersnood te voorkomen.
Nederland organiseert een landelijke actie
Toen eind 1989 duidelijk werd hoe ernstig de situatie was, organiseerden de gezamenlijke hulporganisaties een landelijke inzamelingsactie. In de week van 15 tot en met 20 januari 1990 besteedden verschillende Nederlandse omroepen uitgebreid aandacht aan de crisis in Ethiopië. Dankzij de betrokkenheid van heel Nederland bracht de actie € 8,2 miljoen op voor noodhulp aan de getroffen bevolking.
Actualiteitenprogramma’s als Nieuwslijn, Televizier en Brandpunt zouden reportages uitzenden vanuit de zwaar getroffen gebieden. Die plannen konden echter grotendeels niet doorgaan. Cameraploegen van AVRO en Veronica kregen geen toestemming om naar de regio’s Eritrea en Tigray te reizen. Ook andere internationale journalisten kwamen het gebied nauwelijks binnen.
Om aandacht te vragen voor de nieuwe Giro555-actie reisde Ria Lubbers, de echtgenote van minister-president Ruud Lubbers, naar het zwaar getroffen Ethiopië. Tijdens haar bezoek aan onder meer Guleli zag zij met eigen ogen hoe eerdere Nederlandse hulp levens had gered. Ontroerd door haar ontmoeting met Ethiopische kinderen benadrukte zij het belang van de hulp in de Telegraaf (13/01/1990): “Hier naast mij zit het bewijs dat helpen helpt. Daarom moeten we opnieuw helpen. Kijk maar, het heeft wel degelijk zin.” Met deze oproep onderstreepte Ria Lubbers dat Nederlandse donaties een concreet verschil maakten voor de slachtoffers van de hongersnood.
Om de Nederlandse bevolking toch te informeren, besteedden de actualiteitenprogramma’s aandacht aan de crisis met studioreportages en voorlichtingsspots. Daarnaast stond het KRO-programma Telebingo volledig in het teken van de inzamelingsactie.
Ook de Nederlandse overheid droeg bij aan de internationale hulpverlening. Minister voor Ontwikkelingssamenwerking Jan Pronk stelde 20 miljoen gulden beschikbaar voor noodhulp.

Noodhulp voor miljoenen mensen
Met de opbrengst van de nationale actie konden de hulporganisaties achter Giro555 samen met hun partnerorganisaties direct hulp bieden aan mensen die werden getroffen door de voedselcrisis. De opbrengst werd ingezet voor voedsel en medicijnen.
De actie liet opnieuw zien hoe belangrijk internationale solidariteit is. Ook jaren na de grote hongersnood van 1984 en 1985 bleef steun noodzakelijk voor miljoenen mensen in Ethiopië.
Credits foto: Alamy/Roger Tillberg
De samenwerkende hulporganisaties achter Giro555:
Bij uitzonderlijke rampen slaan de samenwerkende hulporganisaties de handen ineen onder de naam Giro555. Heel Nederland kan zich aansluiten om geld in te zamelen voor hulp aan slachtoffers. Samen in actie voor noodhulp. Meer informatie








