De achtergrond
Het conflict in Kosovo was al in 1998 sterk opgelopen, met gevechten en geweld tegen burgers. Eind maart 1999 verslechterde de situatie snel en werden grote aantallen Kosovo-Albanezen uit hun huizen en woonplaatsen verdreven. Uiteindelijk vluchtten of werden volgens UNHCR ongeveer 850.000 mensen uit Kosovo verdreven, vooral naar Albanië, Macedonië en Montenegro. De grote aantallen mensen die in korte tijd de grenzen overstaken, zetten de opvang in de buurlanden zwaar onder druk. Er was dringend behoefte aan onder meer voedsel, onderdak, medische zorg, schoon water en sanitaire voorzieningen.
Giro555 open voor Kosovo
Begin april startte Giro555 de actie ‘Vluchtelingen Kosovo’. Op donderdag 15 april 1999 vond de landelijke televisieavond ‘Help Vluchtelingen Kosovo’ plaats. De uitzending was tegelijkertijd te zien op TV2, RTL4 en SBS6.
Jeroen Pauw, Karin de Groot en Robert ten Brink presenteerden de avond. Onder anderen Youp van ’t Hek, BLØF en Paul de Leeuw werkten mee. Vanuit de studio werd geschakeld met journalisten in en rond Kosovo en met inzamelingsacties in Nederland.
De avond had een journalistiek en informatief karakter. Naast optredens waren er reportages uit het gebied en gesprekken over de situatie van mensen die Kosovo waren ontvlucht.

TV uitzending: bijna 8 miljoen kijkers
De betrokkenheid in Nederland was groot. Bijna 8 miljoen mensen bekeken de televisieavond. Ongeveer 220.000 mensen belden tijdens de avond om geld te geven. De telefooncentrale raakte tijdelijk overbelast. Voor de televisieavond was al ongeveer 15 miljoen gulden binnengekomen. Na de uitzending stond de teller op ongeveer 42 miljoen gulden.
Ook buiten de televisieavond kwamen mensen in heel Nederland in actie. Er waren onder meer benefietvoorstellingen, muziekacties en lokale inzamelingen. Iedereen toonde zich begaan.
Van noodhulp naar wederopbouw
Met het ingezamelde geld boden de hulporganisaties eerst acute noodhulp. De hulporganisaties waren actief in Kosovo zelf en in onder meer Albanië, Macedonië, Montenegro en Servië.
De eerste hulp richtte zich vooral op de meest acute behoeften van mensen die hun huis hadden moeten verlaten. Hulp werd onder meer gegeven in opvangcentra en kampen en aan mensen die bij gastgezinnen verbleven. Daarbij was extra aandacht voor kinderen, ouderen, mensen met een beperking en chronisch zieken.
De hulpverlening kwam in een moeilijke situatie op gang. Door de grote aantallen mensen die in korte tijd de grenzen overstaken en een gebrek aan coördinatie was niet altijd duidelijk waar de nood het hoogst was.
De hulporganisaties riepen Nederlanders daarom vooral op om geld te geven en niet zelf hulpgoederen in te zamelen. Met geld konden hulporganisaties ter plaatse bepalen wat het hardst nodig was en goederen inkopen die geschikt waren voor de omstandigheden.
Ze deelden onder meer voedsel, kleding, tenten, dekens, huishoudelijke spullen en hygiënepakketten uit. Ook werden opvangcentra en kampen ingericht, prefabwoningen geplaatst en gebouwen opgeknapt om mensen onderdak te bieden.
Daarnaast boden de hulporganisaties medische zorg, onder meer met mobiele klinieken, medicijnen en medische materialen. Er was psychosociale ondersteuning voor mensen die ingrijpende gebeurtenissen hadden meegemaakt. Ook schoon water en sanitaire voorzieningen maakten deel uit van de hulp. Zo werden onder meer latrines en douches gebouwd.
Toen veel mensen na het einde van het conflict naar Kosovo konden terugkeren, verschoof een deel van de hulp naar herstel en wederopbouw. Woningen en scholen werden hersteld of opnieuw gebouwd, lesmaterialen werden verspreid en leerkrachten kregen ondersteuning. Ook waren er projecten op het gebied van landbouw en veeteelt en programma’s waarmee mensen weer een inkomen konden verdienen.
De meeste hulpverlening vond plaats van april 1999 tot en met 2001. Enkele programma’s liepen nog door in 2002 en 2003.
Miljoenen mensen bereikt
Naar schatting 4 tot 5 miljoen mensen hebben direct of indirect geprofiteerd van de verschillende hulpverleningsprogramma’s. De hulp vond niet alleen in Kosovo plaats, maar ook in onder meer Albanië, Macedonië, Montenegro en Servië.
Het Nederlandse kabinet droeg twee miljoen gulden bij, omgerekend ruim € 900.000. De nationale actie bracht uiteindelijk ongeveer 114,6 miljoen gulden op, circa €52 miljoen.
Meer weten?
- Lees hier de eindrapportage die in mei 2005 gepubliceerd werd, voor meer (financiële) details.
De samenwerkende hulporganisaties achter Giro555:
Bij uitzonderlijke rampen slaan de samenwerkende hulporganisaties de handen ineen onder de naam Giro555. Heel Nederland kan zich aansluiten om geld in te zamelen voor hulp aan slachtoffers. Samen in actie voor noodhulp. Meer informatie








