De achtergrond

In het voorjaar van 1998 dreigde in Soedan een ernstige hongersnood. Door de aanhoudende burgeroorlog, droogte en een slechte oogst waren voedselvoorraden uitgeput en hadden grote aantallen mensen dringend voedselhulp nodig. Het zwaarst getroffen gebied lag in het zuiden van Soedan, grotendeels in het gebied dat sinds 2011 de onafhankelijke staat Zuid-Soedan vormt. Op 20 april startten tien Nederlandse hulporganisaties daarom een landelijke inzamelingsactie via Giro555. De actie bracht uiteindelijk € 8 miljoen op.

Honger in Zuid-Soedan

Soedan was in 1998 al vijftien jaar verwikkeld in een burgeroorlog. Vooral in het zuiden had het conflict grote gevolgen voor de voedselvoorziening. Mensen waren op de vlucht geslagen, landbouw en handel waren ontwricht en hulporganisaties hadden moeite om getroffen gebieden te bereiken. Daar kwam een slechte oogst bij. Volgens de Verenigde Naties was de graanproductie in Zuid-Soedan in 1997 45% lager dan een jaar eerder.

Begin 1998 verslechterde de situatie verder. Nieuwe gevechten in Bahr el Ghazal zorgden ervoor dat nog meer mensen hun woonplaats moesten verlaten. Voedselvoorraden raakten uitgeput. Bij de start van de Giro555-actie waarschuwden de Nederlandse hulporganisaties dat de situatie zo ernstig was dat naast de voedselvoorraden ook het zaai- en pootgoed voor het komende groeiseizoen werd opgegeten.

De Verenigde Naties schatte in dat 2,6 miljoen mensen in het land gevaar liepen te verhongeren, van wie 2,4 miljoen in het zuiden. Onderzoek van UNICEF in Wau, in Bahr el Ghazal, liet zien hoe ernstig de situatie voor kinderen was. Van de onderzochte kinderen jonger dan vijf jaar was 29% ondervoed en 9% ernstig ondervoed.

Oorlog bemoeilijkte de hulp

De voedselcrisis was niet alleen het gevolg van droogte en tegenvallende oogsten. De burgeroorlog speelde een belangrijke rol. Gevechten dwongen mensen hun woonplaats te verlaten en verstoorden landbouw, handel en transport. Tegelijkertijd was het voor hulporganisaties moeilijk om mensen in getroffen gebieden te bereiken.

Nederland komt in actie

Op 20 april 1998 startten tien Nederlandse hulporganisaties een landelijke inzamelingsactie via Giro555. Een dag later verschenen in Nederlandse kranten oproepen onder de indringende boodschap: “Soedan sterft van de honger”.

De actie kreeg al snel steun vanuit kerken. Kerken in Aktie en Memisa riepen op 24 april 5.000 kerken in Nederland op om een extra collecte voor Soedan te houden. Ook rond Koninginnedag werd geld ingezameld. Mensen die op vrijmarkten spullen verkochten, doneerden een deel van hun opbrengst aan de actie.

Op 28 april stond de teller op een half miljoen gulden. Daarvan was 300.000 gulden via Giro555 binnengekomen en 200.000 gulden via kerkcollectes.

De actie zou aanvankelijk op 5 mei eindigen. Op die datum was 4,7 miljoen gulden ingezameld. Minister Jan Pronk voor Ontwikkelingssamenwerking had toegezegd de opbrengst zoals die op 5 mei bekend was te verdubbelen. Ook na 5 mei bleven veel giften binnenkomen. Daarom werd de inzameling verlengd tot en met 31 mei. De Giro555-actie bracht uiteindelijk 8 miljoen euro op.

Grootschalige noodhulp

De internationale hulpverlening in Soedan vond onder meer plaats binnen Operation Lifeline Sudan, waarbij organisaties van de Verenigde Naties en andere hulporganisaties samenwerkten om mensen in getroffen gebieden te bereiken.

Credits foto: UNICEF/UNI31257/Chalasani

De samenwerkende hulporganisaties achter Giro555:

Bij uitzonderlijke rampen slaan de samenwerkende hulporganisaties de handen ineen onder de naam Giro555. Heel Nederland kan zich aansluiten om geld in te zamelen voor hulp aan slachtoffers. Samen in actie voor noodhulp. Meer informatie