Hoogzwanger op de vlucht voor mortieren
De hoogzwangere Um Ahmed wilde niet vertrekken, maar mortieren dwongen haar, en haar familie, een veilige plek te zoeken. Sinds begin maart 2013 verblijft ze in het Za’atari vluchtelingenkamp in Jordanië.
Samen met haar man en 4 kinderen verliet ze haar dorp in het zuiden van Syrië. Zeven lange uren liepen ze door de woestijn naar de Jordaanse grens. Uitgeput van de lange en gevaarlijke tocht werd ze opgevangen in het overvolle vluchtelingenkamp, waar ze direct terecht kon in een nabij gelegen ziekenhuis.
Um Ahmed beviel kort na haar aankomst in het kamp van een gezonde zoon. “Mijn zoon is sterk, omdat hij de gevaarlijke reis naar dit kamp heeft overleefd en onder deze bijzonder zware omstandigheden is geboren”.
Elke dag worden er in het Za’atari vluchtelingenkamp 8 kinderen geboren. Artsen die werken voor hulporganisaties hebben aparte tenten ingericht om bevallingen te begeleiden, maar ook de gezondheid van pasgeboren kinderen en zuigelingen te monitoren, en waar nodig medische hulp te bieden.
Met 59.940 mensen die sinds februari 2013 zijn aangekomen, neemt de druk op de schaarse middelen en de zorg voor deze moeders en jonge kinderen toe. “De vraag naar medische zorg in het vluchtelingenkamp neemt met de dag toe”, bevestigt een hulpverlener ter plekke.
“Op dit moment kunnen we een groot gedeelte van de zwangere vrouwen en jonge moeders in het kamp bereiken. Echter, we willen onze activiteiten ook buiten het kamp organiseren, zodat we tevens de zwangere Syrische vrouwen en hun kinderen kunnen bereiken met medische zorg die door de lokale bevolking worden opgevangen, of elders verblijven, om zo een toename van baby- en moedersterfte en complicaties rondom de bevalling te voorkomen”.








